Categories
Uncategorized

Slim met stedelijke infrastructuur

“Niettemin is drukte een relatief begrip voor wie bedenkt dat de Nederlanders in hun steden veel meer ruimte hebben dan de inwoners van bijvoorbeeld Londen, Parijs en Brussel”, zegt Dijkstra. “Bovendien passen we ons aan de toenemende drukte aan. Er treedt gewenning op. Jaren geleden was het ondenkbaar dat het openbaar vervoer zo vol zou zijn als in Japan, waar mannen mensen de metro’s in duwen. Nu kijken we er al niet meer van op als we hutje-mutje in een overvolle trein staan. Ook aan files wennen we. Hoewel die met een beetje aandacht best vermijdbaar zijn, schuiven dagelijks toch weer veel mensen tussen zeven en negen aan in de rij. Een half uur vertraging calculeren we in. We zijn gewend geraakt aan drukke steden.”

Trends in steden

Ondanks die gewenning signaleert Dijkstra – die zijn laatste jaar vervult als Rijksadviseur – een aantal ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de infrastructuur van steden. Eén ervan is de snelle toename van fietsgebruik en de zoektocht naar middelen om dit beter te faciliteren. “Er woedt al enige tijd een debat over het al dan niet creëren van meer ruimte in steden voor fietsers dat ten koste gaat van auto’s. Daarnaast heeft de komst van zelfsturende auto’s grote gevolgen voor de toekomstige inrichting en het gebruik van steden. Er gaan stemmen op dat het autogebruik zal afnemen, maar ook dat er juist een toename optreedt. Beide hebben gevolgen voor de stad. Op dit moment geloof ik het meest in het laatste scenario. De auto wordt ook steeds meer een verlengstuk van ons werk en woonkamer, en wordt slimmer ingezet. Zodoende verdwijnt op termijn het spitsuur en worden verkeersstromen meer over de dag verspreid.”

Infrastructuur die volstaat

De genoemde slimmere omgang met mobiliteit zorgt er volgens Dijkstra voor dat de aanwezige infrastructuur an sich – ook in de toekomst – volstaat voor toenemende verkeersstromen. “We kunnen ons richten op een andere inrichting ervan. In mijn functie van Rijksadviseur probeer ik de discussie hierover op gang te brengen en pleit ik ervoor anders in steden te investeren. Anders, door niet hoofdzakelijk geld te pompen in de ‘harde’ infrastructuur, maar ook in leefbaarheid en het slim organiseren van bereikbaarheid.” Hij illustreert het met een van zijn stokpaardjes; de ringwegen rondom steden die volgens hem een andere benadering verdienen. “De snelweg en de stad hebben vaak ruzie en ringwegen zijn pijnpunten vanwege de bakken herrie die ze met zich meebrengen, de uitstoot en de vaak foeilelijke geluidsschermen. De gebieden eromheen horen bij de stad, maar krijgen vaak weinig aandacht en kunnen aanzienlijk worden verbeterd zoals nu gebeurt bij de ringweg A7 die de stad Groningen doorkruist. De weg wordt verdiept en krijgt een brede overkapping. Hierop wordt later groen gerealiseerd, waardoor het aanwezige park dat ooit moest worden verkleind weer groter wordt, en het gebied langs de ringweg met de stad verbindt.”

Klaar voor drukte

Dijkstra richtte zich in zijn functie ook op stationsgebieden. Een gedegen infrastructurele aanpak daarvan leidt volgens hem ook tot een leefbaardere stad met voldoende capaciteit. “Het vernieuwde Rotterdamse stationsgebied is een goed voorbeeld. Ook daar is de drukte de laatste vijftien jaar fors toegenomen, maar het stationsplein was een rommelige opeenstapeling van logistiek, in plaats van een mooie entree. Nu zijn trams en bussen verplaatst naar de flanken, is de fietsenstalling ondergronds geplaatst en stapt de voetganger zonder te hoeven stoppen voor auto’s zo de stad in. Het gebied heeft voldoende capaciteit en ziet er fantastisch uit. Er is levendigheid. Mensen willen er wonen en werken. Het is een plek waar ruimte is gemaakt voor de stad om te groeien. Een goede infrastructurele aanpak in steden heeft dan ook aandacht voor zowel de logistiek als de kwaliteit van de omgeving.”

Niettemin is drukte een relatief begrip voor wie bedenkt dat de Nederlanders in hun steden veel meer ruimte hebben dan de inwoners van bijvoorbeeld Londen, Parijs en Brussel, zegt Dijkstra. “Bovendien passen we ons aan de toenemende drukte aan. Er treedt gewenning op. Jaren geleden was het ondenkbaar dat het ov zo vol zou zijn als in Japan waar mannen mensen de metro’s in duwen. Nu kijken we er al niet meer van op als we hutje-mutje in een overvolle trein staan. Ook aan files wennen we. Hoewel met een beetje aandacht die best vermijdbaar zijn, schuiven dagelijks toch weer veel mensen tussen zeven en negen aan in de rij. Een half uur vertraging calculeren we in. We zijn gewend geraakt aan drukke steden.”

Trends in steden

Ondanks die gewenning signaleert Dijkstra –die zijn laatste jaar vervult als Rijksadviseur- een aantal ontwikkelingen die hun weerslag hebben op de infrastructuur van steden. Een ervan is de snelle toename van fietsgebruik en de zoektocht naar middelen om dit beter te faciliteren. “Er woedt al enige tijd een debat over het al dan niet creëren van meer ruimte in steden voor fietsers ten koste van auto’s. Daarnaast heeft de komst van zelfsturende auto’s grote gevolgen voor de toekomstige inrichting en het gebruik van steden. Er gaan stemmen op dat het autogebruik zal afnemen maar ook dat er juist een toename optreedt. Beide hebben gevolgen voor de stad. Op dit moment geloof ik het meest in het laatste scenario. De auto wordt ook steeds meer een verlengstuk van ons werk en woonkamer, en wordt slimmer ingezet. Zodoende verdwijnt op termijn het spitsuur en worden verkeersstromen meer over de dag verspreid.”

Infrastructuur die volstaat

De genoemde slimmere omgang met mobiliteit zorgt volgens Dijkstra dat de aanwezige infrastructuur an sich –ook in de toekomst- volstaat voor toenemende verkeersstromen. “We kunnen ons richten op een andere inrichting ervan. In mijn functie van Rijksadviseur probeer ik de discussie hierover op gang te brengen en pleit ik ervoor anders in steden te investeren. Anders, door niet hoofdzakelijk geld te pompen in de “harde” infrastructuur, maar ook in leefbaarheid en het slim organiseren van bereikbaarheid.” Hij illustreert het met een van zijn stokpaardjes; de ringwegen rondom steden die volgens hem een andere benadering verdienen. “De snelweg en de stad hebben vaak ruzie en ringwegen zijn pijnpunten vanwege de bakken herrie die ze met zich meebrengen, de uitstoot en de vaak foeilelijke geluidsschermen. De gebieden eromheen horen bij de stad, maar krijgen vaak weinig aandacht en kunnen aanzienlijk worden verbeterd zoals nu gebeurt bij de ringweg A7 die de stad Groningen doorkruist. De weg wordt verdiept en krijgt een brede overkapping. Hierop wordt later groen gerealiseerd waardoor het aanwezige park dat ooit moest worden verkleind weer groter wordt en het gebied langs de ringweg met de stad verbindt.”

Klaar voor drukte

Dijkstra richtte zich in zijn functie ook op stationsgebieden. Een gedegen infrastructurele aanpak daarvan leidt volgens hem ook tot een leefbaardere stad met voldoende capaciteit. “Het vernieuwde Rotterdamse stationsgebied is een goed voorbeeld. Ook daar is de drukte de laatste vijftien jaar fors toegenomen maar was het stationsplein een rommelige opeenstapeling van logistiek, in plaats van een mooie entree. Nu zijn trams en bussen verplaatst naar de flanken, is de fietsenstalling ondergronds geplaatst en stapt de voetganger zonder te hoeven stoppen voor auto’s zo de stad in. Het gebied heeft voldoende capaciteit en ziet er fantastisch uit. Er is levendigheid, mensen willen er wonen en werken. Het is een plek waar ruimte is gemaakt voor de stad om te groeien. Een goede infrastructurele aanpak in steden heeft dan ook aandacht voor zowel de logistiek als de kwaliteit van de omgeving.”

Categories
Uncategorized

Slimmer bouwen dankzij digitalisering

In een almaar veranderende wereld krijgt de bouw te maken met gecompliceerde opgaven. Met een stijgende vraag naar woningen, de trek naar steden en strengere regelgeving op terreinen als duurzaamheid is efficiënt werken noodzakelijk. Traditionele tekeningen maken dat echter niet voldoende mogelijk, meent bouwconcern Dura Vermeer. Een van de redenen waarom het de laatste jaren fors inzet op BIM.

Binnen Bouw Informatie Management worden in een 3D-model gegevens over het bouwproces gedeeld en uitgewisseld met alle partijen in de keten. Zo beschikken bijvoorbeeld architecten en partners in hetzelfde model over dezelfde gegevens zoals tekeningen en calculaties. Een ontwerp staat dus niet alleen meer op papier, maar is digitaal. Hiermee is het mogelijk om alle informatie zoals planning, tekeningen maar ook leveranciers en garanties in één model te zetten. Er ontstaat dus een informatiemodel. “De partners kunnen hun productieprocessen beter op elkaar afstemmen. Daarnaast verschaft het informatiemodel inzicht in de verschillende taken en waar mogelijke fouten zich voordoen. Daardoor ontstaat efficiëntie en verloopt de bouw sneller. Risico’s worden beperkt en faalkosten nemen af. Ook is het bouwproces transparanter. Al met al betekent dat meer kwaliteit en waarde voor klanten. Zo kunnen we op termijn ook flexibeler aanbieden, en woningen later en breder aanpassen. De samenwerking in de hele supply chain helpt ons bovendien van anderen te leren; zowel van partners als van klanten”, zegt Jurjen Haitsma, directeur Dura Vermeer Bouw Zuid West.

Verschuiving

Binnen Dura Vermeer wordt samengewerkt volgens één BIM-protocol. De laatste jaren maakte het bedrijf een verschuiving door. Waar het zich eerst voornamelijk richtte op de bouw, voegde het ook design toe aan het takenpakket als gevolg van de toenemende vraag naar Design & Build-contracten. Dura Vermeer neemt dus design op zich, ontwikkelt, bouwt en draagt zorg voor onderhoud, beheer en exploitatie. “Doordat we kennis uit de bouw kunnen gebruiken in de ontwerpfase kunnen we de wensen van de klant beter toepassen en vroeger in het proces met passende oplossingen voor hun vraag komen. Daarbij is software in al die fasen natuurlijk onmisbaar. Ook in de beheer- en exploitatiefase is kennis over het gebouw onontbeerlijk om onder andere onderhoud te plannen”, zegt Haitsma. De acht jaar oude samenwerking met technologie- en softwareontwikkelaar Autodesk intensiveert dan ook de laatste jaren.

“BIM wordt mainstream”

Autodesk levert Dura Vermeer de BIM-software. “BIM wordt de komende jaren steeds meer mainstream en uiteindelijk de orde van de dag”, voorspelt Thasarathar. Hij is strategist  construction, energy en natural resources bij Autodesk en wordt gezien als een belangrijke thought leader. Autodesk bedient ook andere branches zoals de media- en entertainmentindustrie. De opgedane kennis uit die verschillende werelden zorgt voor een kruisbestuiving die meerwaarde oplevert. Technieken uit de gamingindustrie bijvoorbeeld worden nu gebruikt om klanten via een virtual reality-bril een 3D-ervaring te bieden van een huis.

Naast deze techniek en BIM gaan volgens Thasarathar nog een aantal andere technologische en digitale ontwikkelingen de bouw beïnvloeden. “Er bestaat nu al een ontzettend wijde range aan technologieën zoals 3D-printing, drones, robotics, augmented reality en cloud computing. We hebben te maken met veel trends tegelijkertijd.”

Verbanden leggen dankzij de cloud

Hoe al die verschillende vernieuwingen geïntegreerd samenkomen is nog onduidelijk. Wel schetst Thasarathar drie te verwachten trends. De eerste behelst een verandering in productiewijzen. Onder meer cloud computing draagt hieraan bij. De cloud kan een onbeperkte hoeveelheid data over een potentiële bouwlocatie bevatten die ook nog eens altijd, op elke plaats en voor alle gewenste partijen is in te zien. Door koppeling van die data – die bijvoorbeeld iets zeggen over de eigenschappen van de locatie – en combinatie met andere slimme tools is verbanden leggen een stuk eenvoudiger. “Voor een bouwproces zijn er duizenden opties denkbaar. Hoe vul je de vierkante meters precies in om te komen bij het gewenste doel? Nieuwe technologieën en data zorgen voor betere en slimmere antwoorden”, vervolgt Thasarathar.

Haitsma onderschrijft dit vanuit de praktijk. Dankzij digitalisering en nieuwe technologieën komen er slimmere antwoorden en kan de focus bij Dura Vermeer steeds meer op klantwaarde liggen. “Met betere visuals en 3D-modellen is precies te zien hoe een pand eruit gaat zien. Dat geeft klanten veel meer inzicht en een gevoel of ervaring bij de mogelijkheden en de kans om aanpassingen te maken. Daarmee hebben ze dus ook meer invloed.”

Crowdsourcing en slimme producten

Een tweede ontwikkeling die Autodesks thought leader voorziet, heeft te maken met een meer betrokken eindklant. “Iedereen is doorlopend connected met smartphones en tablets, waardoor ook bouwprojecten meer in de spotlights staan. Denk aan social media. Het mooie hieraan is dat het publiek meer betrokken is en dat een fenomeen als crowdsourcing kan bijdragen aan de beste bouwoplossing. De eindklant komt immers veel dichterbij organisaties te staan dan voorheen. In navolging daarvan zijn nieuwe financieringsmogelijkheden zoals crowdfunding een optie. Een praktijkvoorbeeld is de Rotterdamse Luchtsingel, een voetgangersbrug tussen stadsdelen die door het publiek werd bekostigd.”

Ten slotte hebben slimmer wordende producten invloed op de bouwsector. Zo herbergen sensoren die in prijs dalen immens veel data. “Die – bij wijze van spreken – in het beton strooien levert ontzettend veel informatie op over het gebruik van een stad of een gebouw en kan helpen de toekomstige vraag te voorspellen”, zegt Thasarathar. Op die manier is na te gaan waar en waarheen mensen zich binnen een stad begeven en welke ruimtes in een pand minder worden gebruikt. Daarop is in te spelen met marketing, bedrijfsvoering en aanpassingen van een gebouw. Ook Dura Vermeer gaat in haar kantoren op zeer korte termijn werken met sensoren die ‘weten’ wanneer er opnieuw moet worden geschilderd, of hoeveel werkplekken in gebruik zijn.

Het Slimme Huis

In Rijswijk moet dit jaar het Slimme Huis van de ontwikkelende bouwer zijn gerealiseerd. Dat komt vol te hangen met sensoren. Haitsma: “We willen graag weten wat er voor data uit onder meer licht, geluid, CO2-gehalte, het verblijf in ruimtes en temperatuur komen. In de toekomst kunnen woningen ‘weten’ wanneer mensen binnen of buiten zijn, zodat temperatuur en licht daarop zonder hun omkijken kunnen worden aangepast. Zelfdenkende woningen zijn op korte termijn een reële optie.”

Via The Internet of Things worden alle apparaten in deze slimme woning gekoppeld. Op deze manier leert de woning de bewoner en diens patronen kennen om daarop in te spelen met kwaliteit en comfort. Ook kan de woning sturen op afwijkingen van deze patronen op het gebied van gezondheid en veiligheid. Het doel is om het concept uiteindelijk op grote schaal in de consumentenmarkt te introduceren.

3D-scans

Dura Vermeer wil koploper zijn in (digitale) innovaties en gebruikt ook andere nieuwe technologieën om het werk efficiënter uit te voeren. 360 graden-fotografie op bouwlocaties helpt – na invoering van de betreffende beelden in BIM – bij het lokaliseren van eventuele problemen en maakt het ook mogelijk om te controleren of er wordt voldaan aan veiligheids- en andere normen. Advin, het advies- en ingenieursbureau van Dura Vermeer, beschikt over een mobiele 3D-scanner die wegen scant om de onderhoudsbehoefte te peilen. Daarnaast wordt deze technologie toegepast bij panden om de eventuele noodzaak tot onderhoud en opties voor transformatie in kaart te brengen.

Nieuwe technologieën helpen bij het personaliseren van vastgoed; een trend die we volgens Thasarathar steeds meer gaan zien. “Aan de andere kant van het spectrum zien we juist de noodzaak tot prefabricatie en standaardisatie in woningen om aan de enorme vraag te kunnen voldoen”, vervolgt hij.

Taken voor de toekomst

Er kan nu en in de toekomst veel winst worden behaald met nieuwe technologieën. Thasarathar vertelt dat ze zorgen voor kortere oplevertijden, net zoals BIM dat nu al doet. Jurjen Haitsma ziet nog wel uitdagingen in het ondersteunen van anderen in de keten. “We maken echt stappen. Software verbindt al onze mensen, over alle afdelingen heen. Maar veel partners zijn nog niet gewend aan BIM, dus stoppen we daar nog veel energie in. BIM verregaand doorvoeren is een noodzakelijke stap, dat snappen zij ook. Maar de koppeling van BIM aan hun bedrijfsvoering of aanvoering van hun productiesysteem is vaak een issue. Als we alle informatie uit het model toegankelijk maken ontstaat een win-winsituatie voor de gehele keten. Er wordt meer van de bouw gevraagd en tegelijkertijd moeten we omgaan met hogere eisen in energie- en grondstoffengebruik. Dat vraagt om een nieuwe manier van werken. Maar die heeft wel de toekomst.”

Categories
Uncategorized

Slimme constructies voor nieuwe kantoor EPO

Ontwerp, uitvoering en controles zijn in één hand. De opdrachtgever toetst slechts of alles volgens de afspraken gebeurt. “Een unieke contractvorm met voordelen voor alle partijen”, stellen projectdirecteuren Michel Hoogendoorn en René Hersbach. EPO stelt hoge eisen aan verlichting, klimaatbeheersing, akoestiek en duurzaam energiegebruik van zijn nieuwe pand. Bovendien wil de Europese octrooiorganisatie zo min mogelijk zorgen hebben over het ontwerp en de uitvoering van het bouwplan. Een uitdaging voor de TBI-bouwcombinatie J.P. van Eesteren, Croon Elektrotechniek en Wolter & Dros (de laatste is gespecialiseerd in werktuigbouwkundige installatietechniek), die al meer integrale projecten op zijn naam heeft staan en erin slaagde de opdracht van EPO binnen te halen.
Door bundeling van expertise komen de samenwerkende ondernemingen tot innovatieve concepten. Voor EPO hebben ze een stalen gebouw ontworpen, waarbij alle installaties in de holle vloeren zijn verwerkt. Hierdoor kunnen zij aan de gestelde eisen voldoen. Andere voordelen van de stalen constructie zijn dat er sneller gebouwd kan worden en dat er ruimtewinst wordt geboekt.
Het langwerpige gebouw krijgt 26 verdiepingen en wordt circa 107 meter hoog, 150 meter lang en slechts 12,6 meter breed. Nooit eerder werd in Nederland een stalen gebouw van deze omvang neergezet. Vorige maand is begonnen met het optrekken van de staalconstructies. In november van dit jaar heeft het naar verwachting zijn hoogste punt bereikt. In 2017 moet het klaar zijn.
Voor de duur van het project hebben de TBI-bedrijven een aparte onderneming opgericht onder de naam New Main B.V., die ze hebben gehuisvest in een leegstaand kantoorpand pal tegenover de bouwplaats. De circa honderd medewerkers die bij New Main B.V. zijn gedetacheerd, kunnen hun werk op die manier letterlijk volgen. “We staan er met onze neus bovenop”, zegt René Hersbach, die is aangetrokken als algemeen projectleider. Michel Hoogendoorn, directeur Integrale Projecten van bouwonderneming J.P. van Eesteren, is primair verantwoordelijk voor de constructie en de bouw. Daarnaast is een financieel directeur toegevoegd aan de leiding van de gelegenheids-B.V. Dit trio stuurt niet alleen de eigen medewerkers aan, maar ook architecten, constructeurs, bouwkundig adviseurs en andere ingehuurde krachten.
De zogeheten methode van Design & Construct heeft vooral toegevoegde waarde bij grote, complexe projecten en beleeft de laatste jaren een enorme opmars. Het EPO-project is een toonaangevend voorbeeld van de nieuwe werkwijze, menen Hersbach en Hoogendoorn. Niet alleen door de bijzondere constructie van het gebouw, maar vooral ook door de innovatieve organisatie en de unieke wijze waarop de afspraken met de opdrachtgever zijn vastgelegd.

“De bouw is nu ruim een jaar bezig, maar we zijn nog steeds aan het ontwerpen”, zegt Hersbach. “Op die manier willen we zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de wensen van de klant. Dit kunnen we doen, omdat we zelf aan het stuur zitten. Wij bepalen wanneer welke beslissing genomen moet worden. Dat scheelt veel tijd. Als je eerst moet wachten op een bestek, vervolgens gaat aanbesteden en dan pas bouwen, ben je twee keer zo lang bezig.”

Voor het ontwerp zijn de gerenommeerde Franse architect Jean Nouvel en het Amsterdamse bureau Dam & Partners Architecten aangetrokken. Zij maken deel uit van het team. Ontwerp en uitvoering lopen door elkaar. Dat is even wennen voor alle medewerkers. Er is geen bestek en de tekeningen worden voortdurend getoetst. Na elke fase wordt geverifieerd of de uitvoering voldoet aan de contracteisen van de klant. Medewerkers moeten hun eigen werk controleren. Hoogendoorn: “Ze hoeven niet meer langs de opzichter om hun werk te laten goedkeuren, maar moeten zelf een checklist bijhouden en eventuele afwijkingen melden. Sommigen worden daar onzeker van. Ze willen graag een stempeltje als bevestiging dat ze het goed gedaan hebben. Maar vooral jong afgestudeerden van een hbo- of TU-opleiding vinden het prachtig. Ze hebben geen last van uitgesleten gewoontes en werken graag zelfstandig.”
Hersbach: “De meeste medewerkers hebben we enthousiast gekregen voor onze nieuwe manier van werken. Als die doorzet, worden controlerende functies als opzichter hopeloos ouderwets. De grootste deskundigheid zit bij de mensen die het werk uitvoeren. Laat hen dan ook aantonen dat ze het goed gedaan hebben. Ik ben er trots op dat we de organisatie zo ver gekregen hebben.”

Het bouwproces is in werkpakketten verdeeld. Bijvoorbeeld de paalfundering, waarvoor een halfjaar nodig was. Voor elk werkpakket is een verificatiematrix,  waarin alle afspraken en wijzigingen worden bijgehouden. Als een fase is afgerond, wordt die opgeleverd aan de klant. Daardoor zal de eindoplevering naar verwachting een formaliteit zijn. De administratielast is in het begin relatief hoog, maar aan het eind van de rit waarschijnlijk minder dan bij traditionele bouwprocessen. Hoogendoorn verwacht per saldo meer efficiency: “Maar dat moet natuurlijk nog blijken. We maken een soort ontdekkingsreis, waarbij we steeds voor nieuwe vragen staan en steeds op zoek gaan naar de beste oplossing. Het is geen routineklus.”

Na voltooiing van het project heeft EPO nog tien jaar garantie op de werkzaamheden. Daarmee is de opdrachtgever ruimschoots ingedekt tegen bouwrisico’s.
Hersbach: “Toch vraagt deze nieuwe manier van werken ook het nodige van de klant en dat heeft EPO heel goed opgepakt. EPO laat zich ondersteunen door eigen adviseurs en deskundigen die elke fase tegen het licht houden. Over omstreden punten praten we net zo lang tot we consensus hebben bereikt. Dat schept vertrouwen. Beter dan dat de opdrachtgever het ontwerp in de kast legt en pas bij de eindoplevering oordeelt of het resultaat aan de eisen voldoet. Tot nu toe krijgen we maar een beperkt aantal opmerkingen, dus kennelijk doen we het goed.”

Categories
Uncategorized

Ruimte scheppen is: schrappen en terug stappen

Tegelijk biedt techniek steeds nieuwe mogelijkheden, terwijl klimaatverandering ook nieuwe eisen stelt. Zo transformeren onze historische binnensteden tot groen of blauwe ‘Smart cities’.

Regeren én ondernemen is vooruitzien. Dus moeten overheid en marktpartijen actief inspelen op verandering. Maar kan dat wel? Enorm ingewikkelde ruimtelijke wet- en regelgeving vertraagt de realisatie van nieuwe bouwplannen járenlang. Dan sluiten ze soms niet meer aan op klantwensen van het moment waarop ze gerealiseerd gaan worden. Daar mag dus flink de bezem door. Regels schrappen en vereenvoudigen is hard nodig. We willen ruimte om te wonen, winkelen en ondernemen. Een stap terug door de overheid zou parallel heel goed zijn. Schep ruimte, faciliteer – en laat bewoners, winkeliers, ontwikkelaars en andere ondernemers zelf initiatieven ontplooien. Dat past ook uitstekend bij de Omgevingswet, die in 2018 komt. We zijn allang de tijd voorbij dat via grote Ruimtelijke Nota’s of op het stadhuis bedacht werd wat goed voor ons was.

Dynamisch domein

Maar regelzucht is helaas moeilijk te beteugelen. Een voorbeeld is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Bedoeld als een ‘afwegingskader’ hindert dit instrument nu mooie en nodige initiatieven. De ladder staat symbool voor vertraging en juridische kosten. In het kader van minder regels zou die wat mij betreft meteen afgeschaft moeten worden.

De nieuwe omgevingswet gaat helpen om steden, dorpen en (nieuwe) wijken beter in beweging te krijgen. Heel goed, want onze ruimte is geen statisch gebied, maar een dynamisch domein. Zeker in de binnenstad, waar van alles door elkaar loopt. In een gebied met de expliciete bestemming ‘zorg’, blokkeert de gemeente nu nog de bouw van zorgaangepaste woningen. Want in zo’n huis wóón je vooral. Dus: bestemming ‘wonen’. Exit dus voor de ontwikkelaar die daar een leegstaand zorgpand wilde transformeren tot locatie voor ‘zware zorg’ én zorgwoningen. Maatschappelijk nodig en gewenst, toch mocht het niet.

Een veel meer integrale en globale blik is nodig. Regels zijn nuttig, maar afwijken moet kunnen. Belangen moeten beter tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Die nuchtere benadering is hard nodig, zeker in onze steden!

Categories
Uncategorized

Revolutionaire netwerktechnologie voor verlichting van morgen

Slimme verlichting van Ziut

Veel gemeenten zetten fors in op energiebesparing en duurzaamheid. Het duurzamer maken van de straatverlichting is daar een belangrijk onderdeel van. Openbare verlichting vormt een enorm energiebesparingspotentieel, ongeveer 70 % van het gemeentelijke energieverbruik gaat er aan op. Wanneer gemeenten van middernacht tot zes uur ‘s ochtends de verlichting dimmen, kan er ruim 60% van de energiekosten worden bespaard. Sommige gemeenten kiezen er voor om verlichting helemaal uit te schakelen, om energie en lichthinder te verminderen . Zij leveren daarbij echter ook in op veiligheid van de openbare ruimte. De nieuwe, slimme lantaarnpaal van Ziut, specialist in toepassingen voor de openbare ruimte, maakt het mogelijk om energie te besparen op verlichting zónder in te boeten op veiligheid.

Energiezuinige verbinding

De lantaarnpalen worden op de afstand aangestuurd door het zogenoemde LoRa-netwerk van KPN. LoRa is een revolutionaire, nieuwe netwerktechnologie die data over langere afstanden verstuurt. Via een LoRa-verbinding geef je apparaten op afstand snel en efficiënt eenvoudige opdrachten die weinig energie verbruiken, zoals aan of uit. Of dimmen, in het geval van de slimme verlichting. Dankzij LoRa kun je de verlichting ook handmatig op afstand dimmen, of de lantaarns in- of uitschakelen. De lantaarnpaal gebruikt LoRa zelf ook, om aan te geven dat hij gerepareerd moet worden. De slimme lantaarnpaal geeft heel precies aan welk onderdeel vervangen moet worden. Zo zijn storingen sneller en efficiënter op te lossen. Dat de lantaarnpalen snel en per stuk op afstand bedienbaar zijn, komt door een combinatie van technieken van KPN en Ziut. Het managementplatform van Ziut communiceert gegevens als het aantal passanten van de lantaarnpalen over het LoRa-netwerk van KPN. Daarmee zijn lantaarnpalen snel, betaalbaar, veilig en per stuk op afstand te bedienen.

Meshnetwerken

Het op afstand bedienen van lantaarnpalen is niet nieuw. Het gebeurt al via zogeheten meshnetwerken, waarbij apparatuur in de lichtmasten draadloos communiceert met de naastgelegen lichtmasten en zo een lokaal netwerk opzet. Via een gateway wordt vervolgens de data van groepen lichtmasten doorgegeven aan de server. Het nadeel hiervan is dat de prijs per lantaarnpaal relatief hoog is wanneer er weinig lantaarnpalen worden gebruikt. Bovendien is de betrouwbaarheid van meshnetwerken niet optimaal. Bij het LoRa-netwerk maakt het voor de kosten niet uit of je 1 of 1.000 lantaarnpalen bedient. Voor relatief kleine datapakketten is het LoRa-netwerk de beste oplossing. Bestaande 2G-, 3G- of 4G-netwerken zijn weer geschikter om grotere datapakketten te versturen. Wie dus bijvoorbeeld een lantaarnpaal met een camera uitrust en de beelden realtime wil kunnen doorsturen, kan beter deze vorm van Machine-to-Machine (M2M)-connectiviteit gebruiken.

Internet of Things

Het Internet of Things (IoT) is een ontwikkeling waarbij steeds meer objecten (machines, voertuigen maar ook mensen en dieren) verbinding maken met internet. De slimme straatverlichting past in die technologische megatrend. Zo kunnen al deze objecten met elkaar communiceren of op afstand bediend worden. Met de data die de verbonden objecten delen, worden nieuwe, slimme toepassingen mogelijk. KPN levert hier al jarenlang de bouwstenen voor: connectiviteit, slimme objecten en sensoren (samen met partners ontwikkeld) en data-oplossingen. Zo draagt KPN bij aan slimme verbindingen voor bijvoorbeeld mobiele betaalautomaten of de connectiviteit in auto’s. LoRa wordt gezien als dé nieuwe netwerktechnologie voor IoT. Deze energiezuinige, kostenefficiënte technologie waarmee kleine hoeveelheden data over zeer lange afstand verstuurd kunnen worden, brengt het Internet of Things snel in een stroomversnelling.

Sensoren

KPN werkt daarom nu hard aan het aanleggen van het LoRa-netwerk in Nederland, te beginnen met de grote steden Den Haag en Rotterdam. Eind juni moet er een landelijk dekkend netwerk zijn. De verwachting is dat er over 10 jaar talloze slimme toepassingen in ons dagelijks leven zijn die hier gebruik van maken. De ingrediënten hebben we al: een opstelpunt voor apparatuur (in dit geval de lantaarnpaal), elektriciteit en een betrouwbare netwerkverbinding. Op termijn kunnen bijvoorbeeld sensoren voor de luchtkwaliteit of geluidssensoren aan een lichtmast komen te hangen. Ook het detecteren van verkeersdrukte of voetgangersstromen is een denkbare toepassing, evenals de bewaking van dijken. De mogelijkheden zijn eindeloos. De enige beperking is onze fantasie!

KPN EN HET INTERNET OF THINGS

Internet of Things (IoT) wordt mogelijk door drie bouwstenen: connectiviteit, smart device/sensor en datamanagement. Connectiviteit is de mogelijkheid om verbinding met te maken met internet. Dat kan draadloos via mobiele netwerken zoals 2G, 3G, 4G of LoRa of via vaste verbindingen zoals koper of glasvezel. Maar een device of sensor wordt pas echt slim wanneer er ook echt iets gebeurt met de data die hij verzamelt. Hier komt datamanagement om de hoek kijken: het opslaan, analyseren en correct interpreteren van de Big Data. Zo wordt data informatie. Die leidt weer tot nieuwe inzichten. KPN levert al jarenlang de bouwstenen voor IoT. We bieden alle mogelijke vormen van connectiviteit en kunnen, al dan niet met partners, devices en datamanagement bieden. KPN draagt graag zo bij aan de vestiging van een innovatief, open en succesvol IoT-ecosysteem in Nederland.

Categories
Uncategorized

Renoveren én moderniseren


Paul Hoeijmans
Hoofd Real Estate Management en Adjunct Directeur Facility Services

Paul Hoeijmans is hoofd Real Estate Management en adjunct directeur Facility Services van Tilburg University, hij vertelt over de aanpak daarvan. We gaan gefaseerd van ouderwets naar modern en flexibel. Dat geldt voor de hele universiteitscampus, zowel kantoren als collegezalen. Medewerkers werken tegenwoordig anders dan vroeger, laptops en telefoons zijn steeds moderner, maar de werkomgeving is dat nog niet. Veel van onze kantoorpanden hebben de evolutie naar moderne werkomgevingen nog niet doorgemaakt. Die verandering zijn we nu aan het starten.” Het bijzondere in hun aanpak is, dat alle medewerkers betrokken worden bij de nieuwe gebouwinrichting. “We vragen hoe vaak iemand thuis werkt, hoe vaak hij vergadert, geconcentreerd PC-werk doet en hoe vaak er behoefte is aan een gezamenlijke ruimte voor overleg of ontmoeting. Dat doen we met een enquête die ongeveer een uur tijd in beslag neemt. De informatie daaruit wordt verwerkt in datasets met behulp van de softwaretool WPA (Work Place Analytics). Met die resultaten heb je al bijna een optimale gebouwinrichting, maar dat is voor ons slechts het eerste stukje onderzoek. We gaan met die set opnieuw in gesprek met medewerkers via uitgebreide brainstormsessies. Als je een huis inricht, moet je dat met de bewoners doen, niet vanachter een bureau. In die sessies richten we samen met hen het gebouw zo optimaal mogelijk in, passend bij hun werkbehoeften. Niet alleen waar nog wandjes moeten komen, maar juist ook inrichting en sfeer bespreken we dan uitvoerig.”

Elkaar tegenkomen

Voor een aantal medewerkers voelde de transitie naar moderner werken in de beginfase als een beladen verandering. “Er bestond nog niet zo’n goed beeld van de veranderingen in werkomgeving en hoe dat uit zou pakken. Er zijn immers zeker niet alleen positieve berichten te vinden over dit soort aanpassingen. We kunnen nu echter wel spreken van een win-win situatie. We benutten de ruimtes veel beter én mensen krijgt een omgeving die ook echt bij hun eigen manier van werken aansluit. Het is voor mensen in het begin wel echt wennen dat die werkplek niet meer persé voor iedereen een vast kantoor hoeft te zijn. Soms is die werkplek thuis, soms in een lounge of overlegruimte en soms een PC-werkplek”. Nog steeds zijn er functies die vragen om een vaste stek, maar tegenwoordig zijn er dat echt vele malen minder dan vroeger. De enquête en brainstormsessies laat mensen dat ook zien. Het eerste gebouw volgens deze aanpak staat momenteel in de steigers en is volgend jaar zomer klaar. “Mens
en wilden transparanter, lichter en ruimtelijker, dus er komt meer glas zodat medewerkers elkaar daadwerkelijk kunnen zien. Alleen al door dat glas en zoiets als een slimme plek voor de koffiemachine, kunnen twee wetenschappers – die elkaar voorheen niet zagen – elkaar nu zomaar tegenkomen en tot een grandioos idee komen”, lacht Hoeijmans. “Dat is precies wat je wilt, een evolutie naar open kennis(makings)structuren.” Hoe de werkplekken vorm krijgen, is afhankelijk van de werkzaamheden. “Activity based working: voor de één betekent het een gedeelde set aan diverse werkplekken, voor een ander nog steeds een eigen vaste werkplek. Zelf heb ik mijn ‘kantoor’ altijd bij me; met laptop en telefoon kan ik overal werken waar ik maar wil. Dat past bij mijn soort werk, maar zeker niet bij iedereen. Als we dat samen zien, kunnen we ook samen de optimale werkomgeving bouwen.”

Prettiger werken

Hoeijmans verwacht dat medewerkers met meer plezier zullen gaan werken. “Je ziet elkaar meer door de openheid en je heb de mogelijkheid een plek te kiezen die past bij de activiteit die je op dat moment moet doen. Deze modernisering van ons vastgoed heeft als uitgangspunt het slimmer en efficiënter omgaan met onze ruimtes, stenen zijn immers duur. Door ruimtes slimmer te gebruiken, zijn er minder vierkante meters nodig en kunnen we die middelen inzetten voor onze core business: onderwijs, onderzoek en valorisatie. We streven daarbij naar gebouwen waarin mensen graag willen werken of studeren. Een mooie ontwikkeling van de universiteitscampus naar een duurzame moderne leer-, woon-, en werkomgeving.”

Categories
Uncategorized

Rendementsanalyse voor optimale huisvestingslocatie

0 0 0

De crux van de tool is het slim over elkaar heen leggen van uiteenlopende data en een diepgaande analyse hiervan. De soort data die wordt gebruikt wordt aangepast op de doelen van gebruikers. Met e-commerce partijen betekent dat bijvoorbeeld vooral het kijken naar het afzetgebied, toekomstige leveringen en vrachtwagenbewegingen om zo hun logistiek te optimaliseren. Maar ook een groot kantoor dat zich op een gunstiger locatie wil vestigen om te kunnen groeien heeft baat bij de scan, meent Suzan Buter, die betrokken is bij de inzet van de tool. “Voor kantoren zijn personeel gerelateerde data belangrijk. Niet alleen de afstand tot een station en voorzieningen in de buurt, maar ook demografische gegevens zoals bevolkingsgroei in de regio en het opleidingsniveau zijn belangrijk.”

Gronddatabank

De scan zorgt voor een rationele onderbouwing van locatiekeuze op basis van cijfers, benadrukt Buter. Doordat de uitkomsten van de mobiliteitsscan gekoppeld kunnen worden aan een gronddatabank met alle beschikbare grond in Nederland is er bovendien gelijk inzicht te geven in mogelijkheden in een bepaalde regio. Ook kan er gekeken worden welke perspectieven een specifiek kavel biedt. “Het blijft niet alleen bij berekeningen, je kunt gelijk concrete stappen zetten”, aldus Buter.

Categories
Uncategorized

PROVADA: Waarom je het niet mag missen

Het is inmiddels uitgegroeid tot een inhoudelijk netwerkevenement waar alle belangrijke (grote maar ook kleine) organisaties, die wonen, werken en winkelen interessant en comfortabel maken, aanwezig zijn.  Ondanks de sterke opmars van Internet is er nog steeds een grote behoefte aan persoonlijke ontmoetingen en het opdoen van nieuwe informatie. Op PROVADA kunnen bezoekers, maar ook de standhouders onderling met klanten praten, (vervolg)afspraken maken, maar ook geïnspireerd worden door presentaties, lezingen en debatten. Tijd is schaars en daarom bieden we de mogelijkheid deze aspecten in één, twee of drie dagen samen te brengen.

Thema

Het thema voor 2016 is ’The Next Step’. In snel tempo volgen veranderingen elkaar op. Er is een nieuw, dynamisch speelveld aan het ontstaan waarop elke vastgoedpartij zijn positie voortdurend moet bepalen. O.a. Robotica, Internet of Things, Big data, gebruik versus bezit, verleiden en beleven. Met nieuwe mogelijkheden moet de volgende stap genomen worden. Vooruit kijken, denken en aanpakken. Gericht op het resultaat. Niet meebewegen is geen optie! Dus…. The Next Step.

Naast een hoofdthema heeft PROVADA ook ieder jaar dagthema’s . De wisselende dagthema’s zorgen ervoor dat er een nieuwe dimensie aan de beurs wordt gegeven. Dit jaar zijn de thema’s: Smart Cities, Game Changers en Business Innovation.

Nieuw

Nieuw op de beurs is dit jaar PROVADAFuture: de (digitale) toegang tot actuele, toegankelijke informatie over technologie en trends met impact voor de toekomst van vastgoed en vastgoedbedrijven. Op dit platform vind je actuele informatie, trends en microtrends, startups, onderzoek, universiteiten en innovatieve projecten. Dit alles op één plek en toegespitst op de toekomst van het vastgoed.

Wij zien het als een nieuwe dienst waar bezoekers en standhouders gebruik van kunnen maken. De portal zal voor een deel in samenwerking met kennispartner, trendwatcher en futurist Richard van Hooijdonk, opgezet worden. De online portal van PROVADAFuture wordt voor de start van de beurs gelanceerd. Tijdens de PROVADA op 7,8 en 9 juni zullen we speciaal voor PROVADAFuture een plek faciliteren waar kennis gedeeld kan worden door middel van een dagelijks inhoudelijk en interactief programma.

Ben jij er dit jaar ook bij op hét ontmoetingspunt van de Nederlandse vastgoedbranche?

Categories
Uncategorized

Professioneel pionieren: de zoektocht naar stedelijke dynamiek

Het succes van een binnenstad staat of valt met de mate waarin de invulling aansluit bij de behoefte van de buurt, schetst Bödecker. Daarvoor zullen gemeentes, ontwikkelaars en specialisten op het gebied van bijvoorbeeld retail en horeca met elkaar om tafel moeten. Én met bewoners, gebruikers en ondernemers uit de buurt. Zij vormen samen immers de community. Bödecker: “Het is belangrijk precies te weten wat er speelt in een wijk. Daarom gaan we een groot aantal keer naar een gebied toe om ons te oriënteren, de sfeer te proeven en te praten met bewoners.” Een voordeel daarbij is volgens hem dat BFAS altijd verder kijkt dan alleen mooi ontwerp. Er wordt uitgezoomd om de invulling van een buurt te benaderen vanuit de stad als geheel. “We kijken bijvoorbeeld ook naar financiën, retail, duurzaamheid, energie en natuur.”

Een goed voorbeeld is de herontwikkeling van het deels leegstaande winkelcentrum Schalkwijk in Haarlem. Daar is de gemeenschap actief bij betrokken. Het eerste resultaat, nadat er bijna 20 jaar weinig is gebeurd, is de opening van een pop-up store door jongeren uit de wijk. En deze zomer komen er een tijdelijk theater en basketbalveld op de parkeergarage die gedeeltelijk leegstaat. Bödecker: “Playground CS, ons tijdelijke strand voor gezinnen direct tegenover Amsterdam Centraal Station, heeft al bewezen dat dit soort initiatieven echt iets toevoegt aan de binnenstad.”

BFAS werkt momenteel aan meerdere leeggekomen V&D-warenhuizen. Vaak prachtige gebouwen op A-locaties. De uitdaging is te zoeken naar nieuwe functies die attractief zijn en echt iets toevoegen aan de stad. “Dat kunnen meer openbare functies zijn, zoals een bibliotheek, een restaurant met prachtige daktuinen of commerciële winkels in combinatie met vernieuwende kleinschalige winkels uit de regio”, aldus Bödecker. Professioneel pionieren, noemt hij het: slimme combinaties vinden die duurzaam zijn en bijdragen bij aan levendigheid.

Categories
Uncategorized

PPS projecten ook interessant voor lagere overheden


Alex Vermeulen
Waarnemend algemeen directeur Rijksgebouwendienst

PPS projecten bieden kansen voor de toekomst. Niet alleen bij grote projecten, maar zeker ook bij kleinere lokale activiteiten van lagere overheden. Dat vinden Alex Vermeulen en Frank van Herwijnen, respectievelijk waarnemend algemeen directeur en hoofd DBFMO/plv. directeur Projecten bij de Rijksgebouwendienst.

Er is een echte omslag gaande van traditioneel aanbesteden naar PPS projecten.Vermeulen: “Dat betekent bij DBFMO contracten van 25 jaar,dus ook 25 jaar dezelfde opdrachtgever en daar is nog veel aan te ontwikkelen aan beide kanten. We ervaren nu nog te vaak dat bijvoorbeeld storingen door de verantwoordelijke voor een klein deel opgelost worden en dan doorgeschoven worden.” Van Herwijnen: “Bij de aanbesteding gaat het wel goed en zijn verantwoordelijkheden duidelijk, maar daarna blijkt toch nog te vaak dat die verantwoordelijkheden bij onderaannemers terecht komen en de zaken door een consortium weer traditioneel worden opgepakt.”

Oplossingen

Partijen zien soms de contractduur als een nadeel, maar dat is volgens Vermeulen een misvatting. “Het ministerie van Financiën was ons eerste PPS project, we zijn nu bezig met de uitvoering van dat contract. We zien daarbij dat er verschillen optreden waar een oplossing voor gezocht dient te worden. Organisaties zijn in beweging en veranderen, niet alles is voor een lange tijd af te timmeren. We ontdekken nu stukje bij beetje hoe dat bij te sturen is zonder aan het contract te tornen.”


Frank van Herwijnen
Hoofd DBFMO/plaatsvervangend directeur Projecten Rijksgebouwendienst

Mogelijkheden

Bij DBFMO projecten wordt uitgevraagd op basis van functionele eisen waar een gebouw aan moet voldoen, in plaats van allerlei tekeningen en bestekken. Dat uitvragen op basis van Output Specificaties kan heel ver gaan. Als voorbeeld noemt Vermeulen het museum in Soesterberg. “We vroegen niet om een gebouw, we vroegen een museum met een marketingconcept om zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Nu exploiteert de bouwer dit museum.” Duurzaamheid en innovatie zijn belangrijk bij PPS projecten. “Wie bij het ministerie van Financiën binnenloopt, ziet natuurstenen vloeren en leren banken. Het consortium zorgt wel voor een hoge duurzaamheidscore en kwaliteitswaarde.” Van Herwijnen: “De markt zoekt steeds de meest innovatieve manier van uitvoeren, een mooi voorbeeld daarvan is de glazen overkapping bij het ministerie en het ‘state of the art’ klimaatsysteem in Groningen.”

De Rijksgebouwendienst ziet ook grote mogelijkheden om afstoot/herbestemming van panden te vergemakkelijken. “Ook daarbij kan de markt met creatieve oplossingen de overheid bijstaan. Zo is er bij het ontwerp en de bouw van het kantoor van de belastingdienst/DUO in Groningen rekening gehouden met het feit dat er in dat gebouw over 20 jaar geen kantoren meer zitten, maar heel eenvoudig woningen gerealiseerd kunnen worden.” De Rijksgebouwendienst en het ministerie van Verkeer en Waterstaat delen alle opgebouwde kennis betreffende PPS met andere overheden en private partijen via het loket van PPSsupport.Vermeulen: “We hebben baat bij kennis delen en informatie uitwisselen omdat we hopen dat over een paar jaar meer projecten – ook bij lagere overheden – als PPS project te realiseren zijn.”