Categories
Uncategorized

‘Meer transparant en samen’

Al kan ketensamenwerking nog aanzienlijk worden verbeterd. Nog dit jaar komt de uitvoeringsinstantie van de overheid met een nieuwe marktvisie die voor 2020 samen met de markt wordt ontwikkelt en inspeelt op actuele gebeurtenissen. Zo heeft ook de grond-, weg-, en waterbouw te maken met een toename van informatievoorziening en ICT, en worden onder meer transparantie en gelijkwaardigheid in de bouwsector steeds belangrijker. De contractvorm Design & Build heeft veel gebracht. “Rijkswaterstaat kan in Nederland meer projecten omzetten dan voorheen, met minder mensen. Marktpartijen zoals aannemers en ingenieursbureaus zijn in staat om zich beter te ontwikkelen wat leidt tot snellere en slimmere werkwijzen. Er is scherpere prijsvorming en de concurrentie is toegenomen”, zegt Cees Brandsen, hoofdingenieur- directeur Rijkswaterstaat Grote Projecten en Onderhoud.

 


Roger Mol
Directeur Inkoop en Contractmanagment

Ketensamenwerking

Maar er zijn ook uitdagingen die met behulp van de markt het hoofd moet bieden, zoals in de marktvisie naar voren moet komen. “Rijkswaterstaat dient een goede opdrachtgever te zijn die kennis op peil blijft houden. Daarnaast zie ik het als een uitdaging om de faalkosten met ketenpartijen samen terug te brengen”, zegt Roger Mol,
directeur Inkoop en Contractmanagement. “Bovendien brengt het aantal nieuwe publieke samenwerkingspartners niet alleen financiering, maar ook ideeën en wensen met zich mee waarmee de markt moet omgaan.” Een groot deel van de oplossing ligt volgens de twee in ketensamenwerking tussen marktpartijen. Brandsen: “Naar mijn mening is die er nog lang niet voldoende. De resultaten hiervan bemerken we onder meer in veiligheid. Regelgeving omtrent wegwerkzaamheden bijvoorbeeld, wordt vaak wel nageleefd door de aannemer, maar bijvoorbeeld niet goed doorgezet naar de onderaannemers.” Collega Mol gelooft er daarnaast in dat samenwerking kan leiden tot gunstige effecten zoals het beperken van kapitaalbeslag in de hele keten. Een uitdaging vormt daarnaast de risico-allocatie, zo meent hij. “Bepaalde risico’s moeten misschien meer bij onszelf liggen.”

Transparantie

Een ander belangrijk aandachtspunt in de marktvisie is de noodzaak tot meer transparantie, met meer inzicht in hoe projecten worden aanbesteedt. Dit geldt eveneens in de
gehele keten om knelpunten in projecten tijdiger en adequater op te lossen. In een ideaal scenario is de hele keten transparant en is het inzichtelijk wat elke schakel erin precies doet, menen de twee. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. “De keten blijft aan verandering onderhevig. En er spelen verschillende factoren. Opdrachtgevers dienen in toenemende mate politieke opgaven mee te nemen in projecten, zoals duurzaamheid. Daarnaast zijn ICT en de grond-, weg- en waterbouw nog twee werelden die elkaars taal niet spreken, maar die wel samen moeten komen. Veel is dus voor verbetering vatbaar, en wordt benoemd in de visie. In een open gesprek met de markt hopen we te komen tot manieren om het beter te doen”, zegt Mol. Meer samenwerking in de bouwsector en een betere integratie in de ketens vereist dat partijen ook wíllen samenwerken. “Je moet elkaar begrijpen en meer gunnen om tot betere afspraken te komen. “Tegelijkertijd”, besluit Brandsen, “dient Rijkswaterstaat zowel een meer flexibele als een betrouwbare partner te zijn. Ook dat is een uitdaging voor de toekomst”

Categories
Uncategorized

Masterclasses voor breder gezichtsveld stedelijke vernieuwing

Jacqueline de Wijs

Jacqueline de Wijs
Projectleider Duurzaamheid bij gemeente Den Haag

Jacqueline de Wijs is projectleider Duurzaamheid bij de gemeente Den Haag en volgde de deeltijd opleiding Master of Urban & Area Development (MUAD) aan de Hogeschool Utrecht / Saxion. “Een belangrijk voordeel is dat ik meer kan meevoelen met andere partijen in de projecten waaraan ik werk.

In de praktijkopdrachten verbreed je je kennis en leer je ook meer over de verschillende belangen van stakeholders. Er waren studenten vanuit diverse disciplines, dus niet alleen de overheid, maar ook woningcorporaties, projectontwikkelaars, banken en adviesbureaus.”

Toen ze in 2012 begon met de eerste masterclass werkte De Wijs bij het Stadsgewest Haaglanden. “Naar aanleiding van een coachingstraject realiseerde ik me dat ik meer praktische projecten zou willen doen, gericht op tastbare resultaten voor en met bewoners.

Ik heb me toen aangemeld voor het studieblok over wijkgerichte aanpak. In 2013 werd duidelijk dat het Stadsgewest opgeheven zou worden en kwam er meer opleidingsbudget voor werknemers om hun kennis te verbreden. Ik kon daardoor de hele opleiding van zes masterclasses volgen.”

Studie en praktijk

Elke masterclass bestaat uit een aantal colleges, zelfstudie en praktijkprojecten, met vaste thema’s als waardecreatie (economie en financiën), procesmanagement, en duurzaamheid. De vaardigheidstrainingen die je daarnaast hebt zijn gericht op bijvoorbeeld onderhandelen, praktijkgericht onderzoek en businesscase ontwikkeling.

“Het was goed te combineren met mijn werk”, vertelt De Wijs over de intensiteit van de opleiding. “De masterclass over stedelijke ontwikkeling vond ik het meest interessant, omdat het mijn scope verbreed heeft. Ook projectontwikkeling had mijn bijzondere aandacht, omdat ik het leuk vind aan woningbouwprojecten mee te werken.”

Heel informatief was volgens De Wijs de studiereis naar Berlijn. “We hebben niet de toeristische highlights bezocht, maar projecten die voor onze studiegroep interessant waren. Zoals een voormalige luchthaven die nu onder andere als festivalterrein dienst doet. Persoonlijk was ik erg gecharmeerd van een particulier initiatief voor een woningbouwproject aan de rivier, met recreatie aan het water.”

Kennis gebruiken in werkveld

“Mijn scriptie heb ik gewijd aan verduurzaming van particuliere koopwoningen, en specifiek over vroeg naoorlogse wijken. Kennis opgedaan binnen deze scriptie kan ik goed gebruiken voor ‘Hou van je huis’, één van de projecten waar ik momenteel voor de gemeente Den Haag mee bezig ben. Voor de scriptie heb ik meer theoretisch gekeken naar projecten ter stimulering verduurzamen particuliere koopwoningen. Hoe zit het proces in elkaar? In plaats van rennen van afspraak naar afspraak, wat je in de dagelijkse gang van zaken vooral doet.”

De interesse van De Wijs ging ook uit naar projecten die gericht zijn op herbestemmen van vastgoed in stedelijke gebieden. “Voor de opleiding heb ik een advies geschreven over het transformeren van een groot verzorgingstehuis tot woningen in Den Haag. Daarnaast heb ik een presentatie gehouden over het omzetten van een kantoorgebouw naar migrantenhuisvesting, een actueel thema binnen de gemeente.”

Op de vraag of ze anderen zou aanraden een dergelijke opleiding te volgen, zegt De Wijs ten slotte: “Absoluut. Wat ik erg leuk vond, is dat je als student voorbeelden uit je eigen praktijk kon inbrengen en uitwerken. En wat ik al zei: naast nieuwe kennis en vaardigheden krijg je een bredere kijk op allerlei zaken. Dat is een bonus.”

Categories
Uncategorized

Leegstand biedt vastgoedeigenaren legio mogelijkheden

Welke oplossingen zijn er? Hoe voorkomt u als vastgoedeigenaar langdurige leegstand? En hoe houdt u uw pand kostenneutraal in de markt?

“Goed leegstandbeheer biedt allerlei oplossingen voor leegstand”, aldus Ron Ruijs en Angelo van Schaijk, beiden eigenaar van vastgoedspecialist Prevenda. “De meest laagdrempelige vorm is het aangaan van een overeenkomst met zogenaamde bruikleennemers. Zij ‘lenen’ het gebouw als tijdelijk onderkomen”, legt Ruijs uit. “Om discussie over de huurrechten te voorkomen, stellen een heldere overeenkomst op met de bruikleennemers. De opzegtermijn is slechts 28 dagen. De tijdelijke bewoners of ondernemers zorgen voor dagelijks toezicht. Door het vastgoed in gebruik te geven, blijft een gebouw geconserveerd en behoudt het zijn waarde”. In winkelcentra wordt leegstand bijvoorbeeld met succes bestreden door het tijdelijk vestigen van Pop-Up stores, hierbij profiteren de bestaande winkels mee door de aanzuigende werking ervan.

Huurinkomsten en de leegstandwet

Naast bruikleen is tijdelijke verhuur een optie. “Tijdelijke verhuur is aantrekkelijk wanneer je flexibiliteit en een korte opzegtermijn van drie maanden wilt combineren met het genereren van huurinkomsten”, verduidelijkt Van Schaijk. “Dat kan vaak op basis van de leegstandwet. Huurders kunnen dan geen aanspraak doen op uw vastgoed en genieten niet dezelfde bescherming als een huurder in een normale huursituatie.”

Langetermijnoplossingen voor leegstand

Bruikleen en verhuur bieden tijdelijke oplossingen bij leegstand. Maar bij goed leegstandbeheer komt vooral ook langetermijndenken om de hoek kijken. “Wij vinden dat leegstandbeheer neerkomt op actieve leegstandsbeperking”, aldus Van Schaijk. “Samen met vastgoedeigenaren zoeken wij daarom zoveel mogelijk naar structurele oplossingen voor leegstand: duurzaam en voor de lange termijn. Het kan dan gaan om herbestemming, herontwikkeling of verkoop. Elke oplossing heeft een eigen traject, van Pop-up stores tot herbestemmen van leegstaande kantoren tot woningen. Wij ontzorgen vastgoedeigenaren hierbij volledig. Leegstand is in onze ogen namelijk pas opgelost als de problemen van een vastgoedeigenaar de wereld uit zijn. Uw bezit is onze zorg.”

Keurmerk Leegstandbeheer

Prevenda ondersteunt eigenaren van vastgoed op elk denkbaar gebied: van bruikleen en tijdelijke verhuur tot herbestemming, herontwikkeling en verkoop. De vastgoedspecialist is uiteraard aangesloten bij het Keurmerk Leegstandbeheer.

Categories
Uncategorized

Kansen en knelpunten van D&B

“De contractvorm Design & Build is inmiddels niet nieuw meer, maar zo oud als de weg naar Rome. Al in de Middeleeuwen besteedden de kerkvorsten de bouw van een kathedraal uit aan een bouwmeester en gaven zij het hele proces aan hem uit handen. Dit vond plaats op basis van vertrouwen, waarbij het aan de opdrachtgever was om te specificeren hoe hij het wilde hebben. Hoewel dit eenvoudig klinkt, wordt er naar schatting nog geen tien procent van alle projecten in Nederland volgens deze wijze opgeleverd. Naast voordelen zijn er dan ook enkele nadelige kanten aan de contractvorm” stelt van Vliet. “De opdrachtgever heeft nauwelijks invloed op het realisatieproces. Daarnaast is er in veel gevallen in mindere mate sprake van objectiviteit in de aanbesteding. Al staat daar tegenover dat deze contractvorm kan leiden tot lagere kosten en dat de processen minder complex zijn. Omdat er bovendien minder tussenstappen zijn vereist, zoals goedkeuring van bestekken, is er sprake van een kortere realisatietijd. En dat is uiteraard gunstig voor de efficiency.”

Spelregels bij Design & Build

“Wie volgens een D&B-contract wilt werken moet zeker zijn van zijn partners en zich met kwaliteitsbewuste en strak georganiseerde bedrijven omringen. Wanneer dit het geval is, dan is de kans op een misstap onderweg een stuk kleiner. In de VS bijvoorbeeld, komen uit D&B-werkwijzen minder rechtszaken voort dan uit meer traditionele contractvormen. Daarbij is het wel een must dat de opdrachtgever goed weet te specificeren wat de eisen zijn voor het project. Ook dat vereist de nodige deskundigheid.
Een verdergaande vorm waarmee vooral de rijksoverheid experimenteert is DBFMO. Dit staat voor Design, Build, Finance, Maintain en Operate. Deze contractvorm maakt dat er bijna sprake is van het leasen van een gebouw in plaats van dit te kopen. Over het algemeen kennen dergelijke projecten ingewikkelde voortrajecten met hoge aanbiedingskosten, al wilt de overheid het bedrijfsleven hierin nog wel eens tegemoetkomen. “Ook bouwteams komen weer vaker voor. Hierbij verzamelt de opdrachtgever zelf zijn partners in een team. Tussentijdse bijsturing is bij deze aanpak goed mogelijk.”

Ketensamenwerking

“In de bouwsector is ketensamenwerking erg belangrijk en samenwerken is alleen mogelijk met vaste partners die betrouwbaar zijn. Met name de laatste jaren is de bouw geteisterd door enorme concurrentie en zijn er veel bedrijven omgevallen. Het vertrouwen is daarbij in sterke mate verdampt. Een van de tendensen is dat dit vertrouwen weer terugkeert. Naar mijn mening is na de crisis de betere helft van de bedrijven in de bouwkolom overgebleven en zijn die partijen ook geneigd om elkaar op te zoeken. Elkaar wat gunnen hoort bij duurzaamheid in de keten en het leidt tot efficiëntie en dus lagere kosten.”

Uitdagingen

“Een van de uitdagingen in de nieuwbouw is een toenemende vraag naar concepten voor hét optimale gebouw; concepten die voldoen aan tal van eisen aangaande duurzaamheid en met modulaire onderdelen. Daarnaast wordt renovatie van bestaande bouw de komende jaren een ontzettend grote trend. Gelukkig is er al veel techniek in huis om bestaande gebouwen geschikter te maken. Te denken valt aan oplossingen in glassoorten, isolatie, warmte-koudeopslag en zonnecollectoren bijvoorbeeld. Energieneutraliteit wordt in D&B-contracten eveneens een echte must en zorgt voor een hogere waarde op langere termijn. We zien DGBC terug in het toenemende aantal BREEAM-NL Excellent certificaten dat we uitreiken. Daarnaast denk ik dat het Bouw Informatie Model (BIM) een grotere rol gaat spelen in de ketens en steeds meer zal dienen als een nieuwe taal, hetgeen uiteindelijk de ketenintegratie versterkt.”

Groene Uitdaging

De Dutch Green Building Week beleeft dit jaar van 21 tot 25 september zijn vijfde editie. Deze week zet een aantal klimaatvriendelijke initiatieven in de bouwwereld in de spotlights. Het thema is dit jaar Groene Uitdaging. “We willen vanzelfsprekendheid creëren met betrekking tot duurzaamheid in de bouw, en meer specifiek in duurzame renovatie. De oplossingen bestaan al. De vraag is: hoe passen we ze toe? Er bestaat nog steeds koudwatervrees en de gedachte dat duurzaam vooral staat voor duur. DGBC wil tonen dat duurzaamheid in de bouw essentieel is. In totaal zijn er meer dan 60 activiteiten”, vertelt Daan van Vliet, DGBC-voorzitter. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, is een van de sprekers. Geïnteresseerden kunnen daarnaast onder meer lezingen bijwonen van:

  • Alberto Cayuela. Directeur van het Centre for Interactive Research on Sustainability (CIRS) aan The University van British Columbia in Canada. Hij vertelt over de groene stappen die in dit land al zijn gezet in de bouw.
  • Jan Jonker. Hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij toont met verschillende businessmodellen aan hoe duurzame bouw er in de praktijk uit kan zien.
  • Dick Emmer. Wethouder Zaanstad Duurzaamheid. Hij geeft nadere uitleg over hoe de gemeente verduurzaming doorvoert in haar vastgoedportefeuille.
Categories
Uncategorized

Kan het nóg duurzamer?

Opdrachtgever van het project is Amstelside BV; een groep investeerders met Xander Bueno de Mesquita als belangrijke aandeelhouder en conceptbeheerder. Eerder zei hij over het hotel: “Wij gaan in al onze beslissingen uit van het concept Treating Life Well: het bedenken, delen en uitvoeren van alle processen om het gebouw te realiseren en het hotelconcept te exploiteren doen we met respect voor het leven zelf.”

Duurzaam op alle vlakken

Stefan Meegdes is manager Techniek en Innovatie van aannemingsbedrijf J.P. van Eesteren en was vanaf het begin nauw bij de bouw betrokken. Er wordt samengewerkt met TBI-onderneming Croonwolter&dros. Meegdes vertelt dat het de ambitie van Bueno de Mesquita is om de duurzaamheid op alle vlakken door te voeren. “En dat gaat gebeuren. In het ontwerp is de circulariteit op diverse terreinen zichtbaar. Bijvoorbeeld bij de voedselketen. Op het dak staat een kas waar voedsel wordt verbouwd; dat in het restaurant wordt geserveerd. Goederen en grondstoffen worden straks direct betrokken vanuit de omgeving.”

LEED Platinum

Het project is nu nog volop in de realisatiefase. Meegdes: “We gaan voor een LEED platinum-certificaat (Leadership in Energy and Environmental Design). LEED is een wereldwijd systeem om de duurzaamheid van gebouwen vast te stellen. Het gebouw wordt beoordeeld op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, materiaalkeuze, binnenklimaat en innovatiekracht. Dit betekent dat we ons houden aan strenge (spel)regels. We gebruiken bijvoorbeeld een economisch dashboard. Daarmee kunnen we sturen op recyclebaar materiaal. We maken minimaal twintig procent van de materiaalkolom van recyclebare grondstoffen en voor het betrekken van de grondstoffen hanteren we een actieradius van achthonderd kilometer. Ook gebruiken we geen vluchtige organische stoffen, zoals purschuim of lijm.”

Afstappen van gebaande paden

Opdrachtgever Amstelside gaf aan dat de bouwers duurzaamheid plus moesten doorvoeren. Meegdes: “Dat is ook onze ambitie. Daar waar het kan, stappen we af van de gebaande paden. In de praktijk blijkt veel meer mogelijk binnen de regels en de gestelde budgetten. De schachtsparingen, bijvoorbeeld, verdienden extra aandacht omdat er daar in een hotel door de verticale installatiestructuur veel van zijn. Daarvoor ontwikkelden we de Multi Floorbox, een compleet geprefabriceerde schachtinstallatie. De afvalstroom is minimaal en tegelijkertijd halen we veel arbeid weg van de bouwplaats. Alleen al tijdens de ruwbouwfase hebben we zestig procent minder afval geproduceerd in vergelijking met reguliere projecten van dezelfde omvang. Een andere belangrijke innovatie is het meestorten van klimaatmatten in de betonvloeren. Deze zorgen voor meer rendement op het energieverbruik en verhogen het comfortgevoel dankzij de stralingswarmte. Ze spelen daarmee een belangrijke rol in de klimaatbeheersing van het hotel. Dat gebeurt samen met een intelligente gevel. Isolerende panelen die voor de ramen schuiven, (al naar gelang de hoeveelheid zonlicht en de aanwezigheid van de hotelgast), zorgen ervoor dat er geen onnodig warmteverlies of oververhitting optreedt.”

Echte blikvanger

Voor Meegdes stond en staat voorop dat zaken in de bouwketen moeten veranderen om echte stappen te maken. “Dan moet je zaken radicaal anders doen. Binnen dit project hebben we de mogelijkheden daartoe met beide handen aangepakt. Niet alleen in ontwerp en bouw; we innoveerden ook de middelen om te kunnen bouwen. Zo maakten we een herbruikbare bouwkeet met daarin een complete elektronische installatie die plug en play is. Dat levert een energiebesparing op van zestig procent. Daarnaast ontwikkelden we een herbruikbare grijswaterunit, waarmee we ongeveer 500.000 liter water besparen. Het hotel in het Amstelkwartier zit boordevol grensverleggende innovaties. Ook in die zin is dit project een echte blikvanger.”

Categories
Uncategorized

“Jaarbudgetten hebben hun langste tijd gehad”

Peter Lammertink, algemeen directeur van bouwonderneming Heembouw, is stellig over het belang van innovatie in de bouw. “Innoveren is core-business en een absolute voorwaarde voor continuïteit van de onderneming. Heembouw heeft een innovatieve cultuur, dat zie je terug in de tools en diensten die we hebben ontwikkeld, zoals onze gronddatabank en de locatiegenerator. Op gebied van sociale innovatie waren we in 2004 een van de eerste bouwbedrijven die volgens de Lean filosofie ging werken. Het is zaak constant te blijven innoveren en heel snel nieuwe productinnovaties en sociale innovaties uit te proberen, testen en implementeren. Dat vraagt nogal wat van je organisatie.”

Lammertink pleit voor snelheid en wendbaarheid. “Nu werken we volgens een jaarcyclus: een jaarbudget, met jaardoelen, die leggen we vast in een A3 kaart. Vervolgens gaan we een jaar aan de slag met het uitvoeren van de verschillende acties om die doelen te bereiken. In mijn optiek is deze  manier van werken achterhaald. We moeten toe naar een kwartaalcyclus: overzichtelijker, beperkter en wendbaarder. In plaats van te werken aan 5 doelen in een jaar, werken we in een klein team aan de realisatie van telkens 1 doel. Dit gaan we heel snel uitproberen, testen en als het goed is, implementeren. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de Lean-systematiek vooral geschikt is voor de productiekant van de bouw; dat deel wat vast ligt en eenduidig omschreven. Voor het voortraject, dat deel waar de doelen nog niet duidelijk zijn vastgesteld, zijn technieken die voortkomen uit het agile werken, zoals scrum en sprints, geschikt om de snelheid van handelen te verhogen. Dat is de sociale innovatie waar we nu aan werken: als organisatie sneller en beter te kunnen (samen) werken en meer wendbaar te worden.”

Categories
Uncategorized

Intelligente mobiliteit als aanvulling op slimme mobiliteit

Wim Vossebelt, Directeur van V-tron

Wat verstaan we onder intelligente mobiliteit? “Om dit uit te leggen wil ik het eerst hebben over slimme mobiliteit”, zegt Wim Vossebelt, directeur van V-tron, een bedrijf dat gespecialiseerd is in zowel hardware als diensten met betrekking tot auto’s en autorijden.

“Ik heb het dan wel specifiek over de automotive-industrie. Het blijft een woorddiscussie, maar slimme mobiliteit gaat volgens mij meer over het moment vóórdat je in de auto stapt. Denk aan de drukte tijdens de spits. De oplossing hiervoor ligt bij de mensen zelf. Zij maken een keuze om op dat moment met de auto te gaan. Die keuze hoeft niet altijd slim te zijn.

Op het moment dat je de auto in stapt, gaan we het hebben over intelligente mobiliteit. Dan komen er technische elementen zoals intelligente camera’s, afstandmeters tot je voorganger en vehicle-to-vehicle communication aan te pas.

Als je kijkt naar de gemiddelde auto, dan staat hij meer stil dan dat hij gebruikt wordt. Daar zit voor ons een mooie uitdaging in; hoe kun je dit stukje kapitaal beter laten renderen?”

Intelligente app

Bij V-tron houdt men zich onder andere bezig met de vraag: hoe kunnen we meer doen met bestaande auto’s en bestaande infrastructuur, zodat we collectieve problemen kunnen oplossen?

Naast de auto’s intelligenter maken met technische onderdelen, adviseert V-tron bestuurders hoe ze zich het beste kunnen gedragen in het verkeer. Vossebelt: “Hoe ver we ook al zijn met automatisering, bestuurders willen toch graag eigen keuzes kunnen maken.

Daar hebben wij een intelligente oplossing voor bedacht. We hebben een hulpsysteem ontwikkeld voor bestuurders in de vorm van een app. Daarin krijgen de bestuurders tijdens het rijden verschillende adviezen.

Denk hierbij aan het kiezen van de juiste rijbaan voor de veiligheid, het rijden van een bepaalde snelheid in verband met uitlaatgassen of het volgen van een specifieke route om de doorstroming van een gebied zo soepel mogelijk te houden.

We maken hierbij gebruik van data uit verkeersmanagementsystemen en slimme algoritmes. Samenwerking met andere partijen zoals kennisinstituten of softwarebedrijven is daarbij van groot belang.”

De bestuurder in de lead

Wanneer een bestuurder het advies van de app opvolgt, wordt hij beloond. Bij elk opgevolgd advies zijn er punten te verkrijgen, die in te wisselen zijn bij partners van V-tron. Achter dit systeem zit een duidelijke gedachte.

Volgens Vossebelt hebben we onszelf in Nederland een Amerikaanse stijl van leidinggeven aangemeten; management bij exception. “Dit houdt in dat we mensen geen aandacht geven, behalve als het fout gaat.

Bij V-tron draaien we dit juist om. De focus ligt op belonen. Belonen geeft positieve prikkels, daar zijn mensen gevoelig voor. Op deze manier blijft de bestuurder zelf in de lead, maar dient ondertussen tóch het collectief belang.”

De toekomst

Vossebelt blijft vertrouwen hebben in de auto. “De toekomst is lastig te voorspellen, maar ik denk niet dat we kunnen zeggen dat er over twintig jaar geen auto’s meer zijn. In de stad is dit wellicht anders in verband met milieuzones en parkeerproblemen. Daar zal het meer gaan over alternatieve mobiliteit.

Buiten de stad zal de auto voorlopig nog wel blijven zoals wij hem nu kennen, maar zal hij wel steeds intelligenter worden qua hulpsystemen. Uiteindelijk zal hij ook geautomatiseerd kunnen rijden.

Communicatie tussen auto’s en andere technische apparaten onderling wordt ook steeds belangrijker. Zowel de auto als de bestuurder moet intelligenter worden. En daar investeren wij in.”

Categories
Uncategorized

Innovatie is bouwen aan de toekomst

Juist in die crisis hebben veel van onze ondernemers gelukkig al vooruit gekeken. Innovatie? Ze waren er al mee bezig. Soms om uit de crisis te komen, maar meestal omdat het in hun DNA zit. Zij kijken verder vooruit, combineren niet alleen A met B, maar ook met X. Het zijn praktische creatievelingen, of creatieve praktijkmensen, maar vaak veel te bescheiden.

Onlangs leerde ik weer een paar van deze inspirerende mensen kennen. Mensen die niet meer na hoeven te denken over hoe zij duurzaamheid in hun product kunnen sleutelen. Nee, het is gewoon een van de inherente kenmerken van hun product. Zoals bij Sylvia ten Houten, die met haar onderneming Goodhout van kokosnoot-bolsters een nieuwe houtsoort maakt, of bij ‘materialenmakelaar’ Bas Slager die alles uit oude panden laat hergebruiken. Ook denk ik aan bakstenen van hergebruikt materiaal, van Ward Massa, en aan Maurizio Magnano van MCoating met hun spray die huizen beschermt tegen fijnstof, bacteriën en aanslag. 

Het zijn innovaties van materialen en processen, en zo is er nog veel meer. Nieuw is ook dat (deze) startups niet weggeconcurreerd of genegeerd worden, maar vaak op de oprechte belangstelling kunnen rekenen van de ‘grownups’. Dat geldt ook voor de bouwsector, die vaak versleten wordt voor traditioneel. De tijden zijn veranderd – en gelukkig maar!

Vanzelfsprekende transities

Op alle fronten komt er heel wat op ons af, dat zagen we onlangs ook weer bij de Smart Roads sessie tijdens het evenement InnovationExpo in Amsterdam. Wat heeft de zelfrijdende auto bijvoorbeeld te maken met bouwen? Onze infrabouwers voelen dat haarfijn aan en zij waren erbij, in groten getale. Transities in de samenleving betekenen vanzelfsprekend transities in de gebouwde omgeving. Van wegen tot woningen. En dat moet op zo’n schaal gaan gebeuren, dat je zeker niet meer kunt volstaan met ‘hoe we het altijd deden’. 

Zeker nu we uit de crisis zijn moeten we nog meer inzetten op innovatie want als we vooruit kijken dan zien we veel uitdagingen tegelijkertijd op ons afkomen.  

Koppen bij elkaar

De renovatie van 7500 basisscholen wacht niet op de bouw of aanpassing van 1,6 miljoen ouderenwoningen. En de vervanging van 4.400 bruggen wacht niet op het noodzakelijke onderhoud aan 100.000 kilometer riolering. Ook wacht de herbestemming van 2,9 miljoen vierkante meter kantooroppervlak niet op het verduurzamen van 290.000 hoogbouw-woningen.

We zullen dit zo slim mogelijk moeten aanpakken, met onze bouwsector die een flinke knauw heeft gekregen door de crisisjaren. Maar we geloven wel dat het kan. Op de Bouwcampus zijn we daar mee bezig, net als op veel andere plekken waar onderzoekers, opdrachtgevers en bouwers de koppen bij elkaar steken. We geloven ook dat de duurzame oplossingen die we samen bedenken in deze dichtbevolkte delta – om in te spelen op de schaarste aan grondstoffen en op de klimaatverandering – exportpotentieel hebben.

Hoe dan ook, er is ongelooflijk veel te doen, op alle fronten. Nederland is niet af, nu niet en ook in 2040 niet. Innovatie is niet alleen inspirerend en leuk, maar ook keihard nodig. In product en proces, van ICT tot klantcommunicatie en van woningrenovatie tot wegenbouw. Bouwen aan Nederland is innovatief werken aan de toekomst!

Categories
Uncategorized

Inloophuis voor mensen met eetstoornis


Fieke Thijs
Algemeen Manager Leontienhuis

“Wij zijn een inloophuis voor mensen met een eetstoornis. Wij zijn er nadrukkelijk ook voor hun naasten, want een eetstoornis heb je niet alleen”, legt Fieke Thijs, algemeen manager van het Leontienhuis, uit. “Leontien van Moorsel heeft natuurlijk zelf een eetstoornis gehad en wil vanuit die ervaring en deskundigheid anderen helpen. Zij heeft het Leontienhuis opgezet, omdat ze op die manier meer mensen kan helpen.”

Opening

Het Leontienhuis werd afgelopen zomer feestelijk geopend door koningin Máxima. Het Leontienhuis heeft, in afwachting tot een geslaagde verbouwing van de boerderij, doorgewerkt in een tijdelijk verblijf  van de Cabin Concurrent. “We kregen bij de boerderij de beschikking over tijdelijke cabins. Nou, die was een stuk luxer ingericht dan de ruimte van de bouwvakkers, die de boerderij aan het verbouwen waren”, vertelt Thijs. “Het voordeel van de tijdelijke units is dat we op locatie konden blijven. Ik moet zeggen dat we dit echt naar eigen hand konden zetten, tegen relatief lage kosten. Door het koppelen van units konden we kleine en grote ruimtes creëren en ook een gezellige woonkamer inrichten. Wij hebben bezoekers, geen cliënten, zeggen we altijd, dus wij vinden een huiselijke en gezellige sfeer belangrijk. Daarom was het prettig dat we ook dingen aan de muur konden hangen, dat hadden we niet verwacht.” In de verbouwde boerderij loopt alles inmiddels op volle toeren. “Er is veel aanloop en we krijgen veel e-mails. De inspiratiebijeenkomsten met Leontien zijn elke maand vol met zo’n zestig man. De behoefte aan extra ondersteuning is groter dan we hadden gedacht.”

Categories
Uncategorized

Iedereen profiteert van een beter klimaat

Leerlingen die 15% beter presteren en zieken die twee dagen eerder van de beademing afkunnen. Er is al veel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van de werk- en woonomgeving. Tijd om deze kennis breed in te zetten in de praktijk, stelt Van Doorn. Maar dan moet  er verder gekeken worden dan losse panden. Fijnstof is bij uitstek een probleem dat dat op gebiedsniveau speelt. Tegelijkertijd reikt een brede aanpak ook verder dan gezondheidsaspecten alleen. Ingrepen kunnen ertoe leiden dat het energievraagstuk nog verder wordt opgelost. De insteek is echter anders deze keer. “Energie wordt vaak vanuit een kostenaspect benaderd. Gezondheid en leerprestaties leven meer in het gevoel bij mensen.” Het plan is dan ook om niet alleen bij de bouw aan te kloppen, maar vooral ook het gesprek aan te gaan met gemeente en eindgebruikers. “Daar ligt de vraag”, aldus Van Doorn. Maar het belang reikt nog verder dan gebruikers. Zo is er ook interesse van zorgverzekeraars. Van Doorn: “Iedereen profiteert van een beter klimaat. Ik zie het als onze taak om de juiste partijen bij elkaar te brengen.”

Concrete maatregelen

Om die partijen bij elkaar te brengen, richt DGBC momenteel een kopgroep in, bestaande uit participanten van DGBC, kennisorganisaties en wetenschappers. Zij zullen gaan samenwerken aan een aanpak waarmee gezondheid en welzijn in relatie tot de bebouwde omgeving breed onder de aandacht komen en onderzoeken wat de huidige stand van zaken is. “De kennis ligt nog in het veld, die moeten we weten te bundelen. We kijken dan ook zeker naar aspecten die wij nog niet in beeld hebben”, vult Van Doorn aan. Een volgende stap is het ontwikkelen van een self assesment voor gebruikers en scholen. Kleine stappen, erkent Van Doorn, maar er is dan ook nog aardig wat terrein te winnen. “Het voornaamste is het bij toonaangevende bedrijven op de agenda te krijgen.” Wanneer het bewustzijn gegroeid is, moeten maatregelen ook zijn vastgelegd in de BREEAM-richtlijnen. Een versteviging van de huidige richtlijnen die er momenteel zijn voor daglichttoetreding, ventilatie en akoestiek bijvoorbeeld. “Daarmee kunnen we laten zien welke concrete maatregelen er zijn en welke eisen daaraan gesteld worden. Dat is een onmisbaar steuntje in de rug. De praktijk laat nog steeds zien dat dit op andere vlakken van verduurzaming goed werkt.”