Categories
Uncategorized

Rendementsanalyse voor optimale huisvestingslocatie

0 0 0

De crux van de tool is het slim over elkaar heen leggen van uiteenlopende data en een diepgaande analyse hiervan. De soort data die wordt gebruikt wordt aangepast op de doelen van gebruikers. Met e-commerce partijen betekent dat bijvoorbeeld vooral het kijken naar het afzetgebied, toekomstige leveringen en vrachtwagenbewegingen om zo hun logistiek te optimaliseren. Maar ook een groot kantoor dat zich op een gunstiger locatie wil vestigen om te kunnen groeien heeft baat bij de scan, meent Suzan Buter, die betrokken is bij de inzet van de tool. “Voor kantoren zijn personeel gerelateerde data belangrijk. Niet alleen de afstand tot een station en voorzieningen in de buurt, maar ook demografische gegevens zoals bevolkingsgroei in de regio en het opleidingsniveau zijn belangrijk.”

Gronddatabank

De scan zorgt voor een rationele onderbouwing van locatiekeuze op basis van cijfers, benadrukt Buter. Doordat de uitkomsten van de mobiliteitsscan gekoppeld kunnen worden aan een gronddatabank met alle beschikbare grond in Nederland is er bovendien gelijk inzicht te geven in mogelijkheden in een bepaalde regio. Ook kan er gekeken worden welke perspectieven een specifiek kavel biedt. “Het blijft niet alleen bij berekeningen, je kunt gelijk concrete stappen zetten”, aldus Buter.

Categories
Uncategorized

PROVADA: Waarom je het niet mag missen

Het is inmiddels uitgegroeid tot een inhoudelijk netwerkevenement waar alle belangrijke (grote maar ook kleine) organisaties, die wonen, werken en winkelen interessant en comfortabel maken, aanwezig zijn.  Ondanks de sterke opmars van Internet is er nog steeds een grote behoefte aan persoonlijke ontmoetingen en het opdoen van nieuwe informatie. Op PROVADA kunnen bezoekers, maar ook de standhouders onderling met klanten praten, (vervolg)afspraken maken, maar ook geïnspireerd worden door presentaties, lezingen en debatten. Tijd is schaars en daarom bieden we de mogelijkheid deze aspecten in één, twee of drie dagen samen te brengen.

Thema

Het thema voor 2016 is ’The Next Step’. In snel tempo volgen veranderingen elkaar op. Er is een nieuw, dynamisch speelveld aan het ontstaan waarop elke vastgoedpartij zijn positie voortdurend moet bepalen. O.a. Robotica, Internet of Things, Big data, gebruik versus bezit, verleiden en beleven. Met nieuwe mogelijkheden moet de volgende stap genomen worden. Vooruit kijken, denken en aanpakken. Gericht op het resultaat. Niet meebewegen is geen optie! Dus…. The Next Step.

Naast een hoofdthema heeft PROVADA ook ieder jaar dagthema’s . De wisselende dagthema’s zorgen ervoor dat er een nieuwe dimensie aan de beurs wordt gegeven. Dit jaar zijn de thema’s: Smart Cities, Game Changers en Business Innovation.

Nieuw

Nieuw op de beurs is dit jaar PROVADAFuture: de (digitale) toegang tot actuele, toegankelijke informatie over technologie en trends met impact voor de toekomst van vastgoed en vastgoedbedrijven. Op dit platform vind je actuele informatie, trends en microtrends, startups, onderzoek, universiteiten en innovatieve projecten. Dit alles op één plek en toegespitst op de toekomst van het vastgoed.

Wij zien het als een nieuwe dienst waar bezoekers en standhouders gebruik van kunnen maken. De portal zal voor een deel in samenwerking met kennispartner, trendwatcher en futurist Richard van Hooijdonk, opgezet worden. De online portal van PROVADAFuture wordt voor de start van de beurs gelanceerd. Tijdens de PROVADA op 7,8 en 9 juni zullen we speciaal voor PROVADAFuture een plek faciliteren waar kennis gedeeld kan worden door middel van een dagelijks inhoudelijk en interactief programma.

Ben jij er dit jaar ook bij op hét ontmoetingspunt van de Nederlandse vastgoedbranche?

Categories
Uncategorized

Professioneel pionieren: de zoektocht naar stedelijke dynamiek

Het succes van een binnenstad staat of valt met de mate waarin de invulling aansluit bij de behoefte van de buurt, schetst Bödecker. Daarvoor zullen gemeentes, ontwikkelaars en specialisten op het gebied van bijvoorbeeld retail en horeca met elkaar om tafel moeten. Én met bewoners, gebruikers en ondernemers uit de buurt. Zij vormen samen immers de community. Bödecker: “Het is belangrijk precies te weten wat er speelt in een wijk. Daarom gaan we een groot aantal keer naar een gebied toe om ons te oriënteren, de sfeer te proeven en te praten met bewoners.” Een voordeel daarbij is volgens hem dat BFAS altijd verder kijkt dan alleen mooi ontwerp. Er wordt uitgezoomd om de invulling van een buurt te benaderen vanuit de stad als geheel. “We kijken bijvoorbeeld ook naar financiën, retail, duurzaamheid, energie en natuur.”

Een goed voorbeeld is de herontwikkeling van het deels leegstaande winkelcentrum Schalkwijk in Haarlem. Daar is de gemeenschap actief bij betrokken. Het eerste resultaat, nadat er bijna 20 jaar weinig is gebeurd, is de opening van een pop-up store door jongeren uit de wijk. En deze zomer komen er een tijdelijk theater en basketbalveld op de parkeergarage die gedeeltelijk leegstaat. Bödecker: “Playground CS, ons tijdelijke strand voor gezinnen direct tegenover Amsterdam Centraal Station, heeft al bewezen dat dit soort initiatieven echt iets toevoegt aan de binnenstad.”

BFAS werkt momenteel aan meerdere leeggekomen V&D-warenhuizen. Vaak prachtige gebouwen op A-locaties. De uitdaging is te zoeken naar nieuwe functies die attractief zijn en echt iets toevoegen aan de stad. “Dat kunnen meer openbare functies zijn, zoals een bibliotheek, een restaurant met prachtige daktuinen of commerciële winkels in combinatie met vernieuwende kleinschalige winkels uit de regio”, aldus Bödecker. Professioneel pionieren, noemt hij het: slimme combinaties vinden die duurzaam zijn en bijdragen bij aan levendigheid.

Categories
Uncategorized

PPS projecten ook interessant voor lagere overheden


Alex Vermeulen
Waarnemend algemeen directeur Rijksgebouwendienst

PPS projecten bieden kansen voor de toekomst. Niet alleen bij grote projecten, maar zeker ook bij kleinere lokale activiteiten van lagere overheden. Dat vinden Alex Vermeulen en Frank van Herwijnen, respectievelijk waarnemend algemeen directeur en hoofd DBFMO/plv. directeur Projecten bij de Rijksgebouwendienst.

Er is een echte omslag gaande van traditioneel aanbesteden naar PPS projecten.Vermeulen: “Dat betekent bij DBFMO contracten van 25 jaar,dus ook 25 jaar dezelfde opdrachtgever en daar is nog veel aan te ontwikkelen aan beide kanten. We ervaren nu nog te vaak dat bijvoorbeeld storingen door de verantwoordelijke voor een klein deel opgelost worden en dan doorgeschoven worden.” Van Herwijnen: “Bij de aanbesteding gaat het wel goed en zijn verantwoordelijkheden duidelijk, maar daarna blijkt toch nog te vaak dat die verantwoordelijkheden bij onderaannemers terecht komen en de zaken door een consortium weer traditioneel worden opgepakt.”

Oplossingen

Partijen zien soms de contractduur als een nadeel, maar dat is volgens Vermeulen een misvatting. “Het ministerie van Financiën was ons eerste PPS project, we zijn nu bezig met de uitvoering van dat contract. We zien daarbij dat er verschillen optreden waar een oplossing voor gezocht dient te worden. Organisaties zijn in beweging en veranderen, niet alles is voor een lange tijd af te timmeren. We ontdekken nu stukje bij beetje hoe dat bij te sturen is zonder aan het contract te tornen.”


Frank van Herwijnen
Hoofd DBFMO/plaatsvervangend directeur Projecten Rijksgebouwendienst

Mogelijkheden

Bij DBFMO projecten wordt uitgevraagd op basis van functionele eisen waar een gebouw aan moet voldoen, in plaats van allerlei tekeningen en bestekken. Dat uitvragen op basis van Output Specificaties kan heel ver gaan. Als voorbeeld noemt Vermeulen het museum in Soesterberg. “We vroegen niet om een gebouw, we vroegen een museum met een marketingconcept om zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Nu exploiteert de bouwer dit museum.” Duurzaamheid en innovatie zijn belangrijk bij PPS projecten. “Wie bij het ministerie van Financiën binnenloopt, ziet natuurstenen vloeren en leren banken. Het consortium zorgt wel voor een hoge duurzaamheidscore en kwaliteitswaarde.” Van Herwijnen: “De markt zoekt steeds de meest innovatieve manier van uitvoeren, een mooi voorbeeld daarvan is de glazen overkapping bij het ministerie en het ‘state of the art’ klimaatsysteem in Groningen.”

De Rijksgebouwendienst ziet ook grote mogelijkheden om afstoot/herbestemming van panden te vergemakkelijken. “Ook daarbij kan de markt met creatieve oplossingen de overheid bijstaan. Zo is er bij het ontwerp en de bouw van het kantoor van de belastingdienst/DUO in Groningen rekening gehouden met het feit dat er in dat gebouw over 20 jaar geen kantoren meer zitten, maar heel eenvoudig woningen gerealiseerd kunnen worden.” De Rijksgebouwendienst en het ministerie van Verkeer en Waterstaat delen alle opgebouwde kennis betreffende PPS met andere overheden en private partijen via het loket van PPSsupport.Vermeulen: “We hebben baat bij kennis delen en informatie uitwisselen omdat we hopen dat over een paar jaar meer projecten – ook bij lagere overheden – als PPS project te realiseren zijn.”

Categories
Uncategorized

‘Ondernemer wil flexibele werkplekken’


Bas Korswagen
DGA Tauro Kantorencentrum


Het MKB is momenteel erg grillig en zoekt flexibiliteit wat betreft werkruimte. “Ondernemers vragen een kantoor op maat”, weet Bas Korswagen, samen met zijn broer Claes, directeur van Tauro en beheerder van elf bedrijfsverzamelgebouwen in de Randstad. “Maar dat niet alleen. Ook binnen een contract wil men flexibiliteit, bijvoorbeeld wat betreft de duur van de overeenkomst of bij groei of krimp van de onderneming. Men wil naar behoefte gebruikmaken van verschillende faciliteiten, zoals catering, vergaderruimten en receptiediensten.”



Claes Korswagen
Directeur Tauro
 

Geen beperkingen

De huidige tendens is dus dat ondernemers vrijheid willen en geen beperkingen ervaren. Of het nu gaat om één of om honderd werkplekken, de ondernemer wil niet meer gedurende de contractperiode vastzitten aan bepaalde afspraken. Claes: “We zien bijvoorbeeld dat ondernemers met opzet minder ruimte huren dan zij aanvankelijk dachten nodig te hebben, en proberen gebruik te maken van de bestaande faciliteiten in het gebouw. Bijvoorbeeld catering, vergaderruimten, receptiediensten, stand alone-werkplekken en flexplekken. Alle faciliteiten die ondernemers voorheen in een eigen gebouw hadden, delen zij nu steeds meer met andere ondernemers. Dat blijkt in de praktijk goed te werken.” Van aanbieders van werkruimten vraagt deze ontwikkeling wel creativiteit. Veel bestaande kantoorgebouwen zijn immers nog traditioneel ontworpen en ingericht. “De hele kantorenmarkt is nog erg traditioneel”, vertelt Bas. “Maar een wens van de huidige ondernemers is bijvoorbeeld dat een werkruimte individueel regelbaar is wat betreft temperatuur. Ze willen zelf verwarming en koeling kunnen regelen, en niet gebonden zijn aan een centraal systeem voor iedereen in een gebouw. Ondernemers vinden dat steeds belangrijker, voor zowel zichzelf als hun personeel.” Deze wensen vragen aanpassingen in de bestaande warmte- en koelingsinstallaties in een gebouw. Daarvoor zijn, soms forse, investeringen nodig. “Maar dat zorgt er wel voor dat de ondernemer het naar z’n zin heeft en blijft”, zegt Claes.

Onderscheiden

Er zijn veel bedrijven die bedrijfsruimten en flexplekken aanbieden. De concurrentie is dus groot. “Daarom moet je jezelf onderscheiden”, stelt Bas. “Dat kan bijvoorbeeld door ondernemers mee te nemen naar een locatie die helemaal af is. De werkruimten zijn ingericht, de verwarming staat aan, de receptionist is aanwezig. Dat geeft de ondernemer het gevoel: hier wil ik wel werken, hier voel ik me prettig. Waarbij uiteraard nog wel flexibiliteit mogelijk is wat betreft de wensen van de ondernemer. Onze ervaring is dat dat goed werkt.” Ondernemers zijn vaak niet meer gebonden aan één locatie maar hebben veel afspraken ‘buiten de deur’. Ook daarin willen zij flexibel zijn. “Men vindt het prettig om te beschikken over een netwerk van locaties waar men gebruik kan maken van vergaderruimten. Dat is ‘het nieuwe werken’ op de traditionele manier”, zegt Claes. “Veel concepten zijn nu gebaseerd op het nieuwe werken. Maar veel kantoren zijn nog traditioneel. Je hebt als ondernemer altijd een passend kantoor nodig, maar daarbinnen zijn niet altijd alle werkplekken nodig. Onze visie is dat je traditioneel en nieuw moet combineren. Iemand met wie je een afspraak hebt, hoeft niet altijd naar jou toe te komen. Soms wil je afspreken op ‘neutraal terrein’. Die faciliteiten hebben ondernemers nodig.”

Duurzaamheid

Bij deze ontwikkelingen speelt ook het aspect van duurzaamheid mee. Zo worden bedrijfsgebouwen steeds energiezuiniger gemaakt, bijvoorbeeld door warmte en koude uit de grond te benutten. “Daarnaast wordt energie ingekocht bij energiebedrijven die hun energie groen opwekken”, vertelt Bas. “Ook wat betreft de inrichting van kantoren telt duurzaamheid steeds meer mee. Zelf kopen wij alleen producten in bij leveranciers die kunnen aantonen dat hun producten duurzaam zijn. En we zien ook dat klanten aan ondernemers vragen hoe duurzaam zij zijn. Als zij dan in een duurzaam gebouw werken, kunnen zij dat laten zien aan hun klant.”

Categories
Uncategorized

Omgevingswet vergt cultuuromslag

Senior adviseur en jurist Erwin Houwertjes is gepokt en gemazeld in de lokale praktijk. Hij heeft zes jaar voor de gemeente Wormerland gewerkt en tien jaar voor de Omgevingsdienst IJmond. Zo heeft hij veel ervaring opgedaan met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), een voorproefje van de nieuwe Omgevingswet.

De Omgevingswet heeft als doel burgers en bedrijven meer mogelijkheden te bieden om activiteiten te ontplooien, waarbij gemeenten een meer faciliterende en verbindende rol vervullen. Voortaan staan niet de regeltjes voorop waaraan plannen worden getoetst (nee, tenzij…), maar de oplossingen die gemeenten zoeken voor de wensen van burgers en bedrijven (ja, mits….). Dit past in de trend van toenemende burgerparticipatie.

De huidige praktijk van bestemmingsplannen staat wensen uit de samenleving vaak in de weg. Zo hebben sommige ondernemers behoefte aan een gemengd aanbod, bijvoorbeeld een boekhandel die koffie en broodjes verkoopt of een kledingzaak die borrels en hapjes presenteert. De gemeente zal hierop moeten inspelen door in het nieuwe omgevingsplan een flexibeler bestemming mogelijk te maken. Dat geldt ook voor het opnieuw bestemmen van lege winkelpanden, zoals van het recent omgevallen V&D. Door het faciliteren van initiatieven bevordert de gemeente een vitaler winkellandschap. Ze doet er wel goed aan hierover een visie te hebben, rekening houdend met trends en toekomstbestendigheid.

Behalve flexibele regels zijn ook flexibele organisaties nodig. Haute Equipe, dat zich afficheert als partner van de overheid, heeft specialisten die gemeenten met informatie en advies optimaal kunnen begeleiden naar de nieuwe situatie. Bestuurders en ambtenaren kunnen zich aanmelden voor workshops, gericht op de organisatorische en inhoudelijke aspecten van de Omgevingswet. Erwin Houwertjes: ‘Dat mes snijdt aan twee kanten. Wij leren daar ook van.’

De nieuwe Omgevingswet vereist integraal werken voor de hele organisatie. Daartoe moet elke medewerker de huidige manier van werken loslaten. Het is geen overbodige luxe daarbij externe deskundigen in te schakelen. Voor het grote aantal lokale regels dat opgenomen zal worden in het omgevingsplan, heeft Haute Equipe een scan ontwikkeld, die alle bestaande regels tegen het licht houdt. Gemeenten zijn daarmee goed voorbereid op de komst van de nieuwe wet.
Verder beschikt Haute Equipe over adviseurs, kwartiermakers en projectleiders om lokale bestuurders en ambtenaren te ondersteunen bij de visievorming en uitvoering van de nieuwe taken. ‘Bij de invoering van de nieuwe Wmo hebben we gemeenten op soortgelijke wijze bijgestaan met een speciaal kenniscentrum, dat nog steeds zijn nut bewijst.’
Volgens Houwertjes is geen reorganisatie nodig. ‘Maar ga wel zaken veranderen. De gemeente moet actief samenwerken met de samenleving en burgerinitiatieven faciliteren. Dat is misschien wel de grootste uitdaging.’

Categories
Uncategorized

‘Niet het gebouw, maar de gebruikers managen’

Er wordt steeds meer flexibel gebruik gemaakt van gebouwen. Door de crisis kan de leegstand niet meer grootschalig worden ingevuld, waardoor gebouwen worden opgedeeld in multidisciplinaire bedrijfsunits. Een andere ontwikkeling die flexibiliteit in toegangsmanagement oproept, is een groei aan werken op diverse locaties. “Verder zie je dat organisaties steeds vaker flexibele organisatievormen aannemen. Dat moet je snel en makkelijk kunnen faciliteren tegen lage kosten en dat heeft gevolgen voor de gebouwinrichting en –toegang”, begint René Jongepier, Channelmanager Access Control bij ASSA ABLOY Nederland. “Een van de belangrijkste ontwikkelingen is dan ook dat je niet langer gebouwen aan het managen bent, maar juist de gebruikers. Hoe creëer je zo’n infrastructuur dat je gebruikers makkelijk toegang geeft tot de plekken waar ze mogen komen op bepaalde tijdstippen en binnen een bepaalde tijdsduur, zonder zware beheerskosten?”

Integratie van toegangcontrole met andere systemen

Ontwikkelingen op digitaal gebied, zoals draadloze datatransmissie, maken de integratie van toegangscontrole met andere systemen al langer mogelijk. “Met een elektronische sleutel of RFID-pas kun je de gebruikers makkelijker managen. Toegangssystemen koppelen we bijvoorbeeld aan personeelsmanagementsystemen”, legt Frank van Heelsum uit, productmanager bij ASSA ABLOY.  ASSA ABLOY Nederland is onderdeel van de ASSA ABLOY Groep, de grootste wereldwijde leverancier van slimme slot- en beveiligingsoplossingen. Binnen ASSA ABLOY Nederland bundelen meerdere vertrouwde spelers hun krachten, waaronder de merken Nemef en LIPS. Jongepier: “Vanuit deze expertise ontwikkelen wij specifieke slot- en deuroplossingen die geïntegreerd worden in de diverse toegangscontrole platformen. Het is de rol van met name ‘system integrators’, die diverse subsystemen, zowel software als hardware, op klantspecificatie te koppelen. De kracht van deze koppeling zit in de maatwerkoplossing en de specifieke expertise van de toeleverancier op elk deelgebied. Daardoor kunnen er echt situatie-specifieke oplossingen gebouwd worden.”

Meer efficiency met flexibele toegangssystemen

Met een flexibel toegangssysteem valt bovendien een grote efficiencyslag te maken. Frank van Heelsum: “In de extramurale zorg bijvoorbeeld kun je via het systeem personen niet alleen toegang verschaffen, maar ook monitoren welke zorgverlener hoe laat bij welke patiënt is geweest. Dat is handig voor facturatie, maar ook voor risicoafdekking. Verder zullen we in de privésfeer steeds meer digitale deuroplossingen zien. Over een paar jaar geven we bijvoorbeeld via onze smartphone op afstand de koerier toegang tot de gang om een pakje neer te zetten.”
“Ook zien we de trend om toegangscontrole meer centraal te coördineren”, vult René Jongepier aan. “Cameratoezicht en toegangsverlening groeien daarbij dichter naar elkaar toe.  Big data helpt in het maken van security en escalatie keuzes. Toegangsverlening als onderdeel van strategisch facility management werkt kostenbesparend en nieuwe technologieën maken zeer energie efficiënte oplossingen mogelijk, waardoor juist ook elektronische systemen onderdeel van duurzaam gebouwd vastgoed kunnen zijn.”

Flexibiliteit vraagt om maatwerkoplossingen

“Maar wat we vooral zien, is dat generalistische oplossingen vaak niet de oplossing zijn”, besluit René Jongepier: “Onze adviseurs helpen de diverse partijen bij het maken van de juiste keuzes. Kijk maar naar de verschillende functies van deuren: heeft de deur een vluchtfunctie? Of juist een hoog beveiligingsniveau? Is de deur brandwerend of niet? Met een hoogfrequent gebruik? En als het systeem uitvalt, wil je dan dat de deuren open gaan als vluchtroute of juist gesloten worden? Voor optimale implementatie van toegangsmanagement is specifieke expertise vereist.”

Categories
Uncategorized

Moderne kantoren bij OMA Rotterdam

Gaat al jaren zo, vertelt Ellen van Loon, en het past ook goed bij het karakter van het kantoor. Zoeken naar wat past, dat doet ze zelf ook in haar werk. “Het ontwerpen van een kantoor gaat over werkprocessen en verschillende kantoorgebruikers. Die analyseer je eerst. Dat leidt tot allerlei kantoortypen, maar de overkoepelende ontwikkeling is natuurlijk wel het digitale tijdperk. Sinds werknemers niet meer gebonden zijn aan een werkplek, kiezen ze een plek waar ze het liefst werken. Dat is niet nieuw, dat begon al direct toen de technische mogelijkheden er waren. Maar ik denk dat het nu voor het eerst erkend wordt en dat werkgevers die wens in het soort omgevingen binnen een kantoor verwerkt willen zien.”

Informaliteit

Informeel. Dat is een woord dat vaak valt in deze context, valt Van Loon op. “Mensen zoeken naar informele settingen waarin het prettig werken is. Maar werkprocessen zijn ook steeds minder eenzijdig; afdelingen werken samen aan een geïntegreerd product. Mensen komen samen op projectbasis – soms voor drie maanden, soms voor vijf jaar. Daarvoor moet je flexibiliteit hebben in de kantoorruimtes. Dat is zo in de creatieve industrie, maar het geldt ook voor laboranten en zelfs in de wat conservatievere sector van advocaten en bankiers is dat aan het veranderen.” En niet te vergeten: men wil efficiency. Daarover kunnen we van steden als Londen of Hong Kong nog veel leren.“De grondprijs is daar dusdanig hoog dat men gedwongen wordt efficiënter met ruimte om te gaan. Het aantal vierkante meters per werknemer is laag en bijna iedereen werkt in een open kantoorruimte. Dan is het belangrijk dat er een aanbod is aan ‘break out ruimtes’, zoals fitnessruimtes, kantines, of een buitenterras.”

De psychologische beleving

Zelf vindt Van Loon overigens vooral de psychologische beleving van een omgeving belangrijk. “Of het sick building syndrome meetbaar is, vind ik niet eens zo interessant. Er zijn subjectieve factoren die bepalen of het ergens prettig werken is. Kun je de vogels horen fluiten, hoe is het gevoel van ruimte, kun je makkelijk overleggen of je juist afzonderen, is er daglicht? Bij de Rothschild Bank hebben we de omgeving gedemocratiseerd. Mensen met bureaufuncties zaten in een open kantoortuin, mensen met hoge functies hadden kamers met grote ramen en uitzicht. Gesloten kantoren kennen in de regel een lage bezettingsgraad. Dat is veranderd, zodat zij die er meeste baat bij hebben, het meeste daglicht krijgen.”

Investeren in bouw

Blij is Van Loon met de hedendaagse focus op duurzaamheid, bijvoorbeeld in PPS-projecten. “Duurzaamheid begint bij het bouwen van kwaliteit. De hoogste energieinvestering wordt gedaan tijdens de bouw. Langetermijndenken is de enige manier om duurzaamheid echt goed te vertalen. Nu kunnen we eindelijk werken met technieken en materialen die langer meegaan. Denk aan hout, of natuursteen: materialen die we graag gebruiken, maar die vaak niet binnen het bereik lagen omdat het budget maatgevend was.”

Kwaliteit is ook het antwoord op leegstand, aldus Van Loon. “Helaas is kwaliteit niet altijd prioriteit geweest; er zijn in de bloeiperiode van het vastgoed heel veel slechte gebouwen gebouwd. Voor sommige panden is het bedenken van een nieuw concept niet eens de moeite waard. Terwijl renovatie van een 20 jaar oud pand van goede kwaliteit gewoon een heel goede optie is.”

Categories
Uncategorized

Mobiel en tijdelijk gebouw uit losse elementen

De firma Neptunus won de aanbesteding voor de bouw van dit tijdelijke en mobiele bouwwerk in mei 2015. Directeur Dorrie Eilers vertelt daar meer over. “De opdracht is gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Daarbij is gelet op duurzaamheid, kwaliteit (plan van aanpak), kwaliteit exterieur en interieur, projectorganisatie van de inschrijver en de prijs. Het Europagebouw is uit losse elementen opgebouwd en heeft een totale oppervlakte van achtduizend vierkante meter.” Neptunus is specialist in het ontwerpen en produceren van demontabele gebouwen en wat er tekort was om het Europagebouw te maken, werd extra bijgemaakt. “Voor de entree werden 3D-geprinte materialen gemaakt. Dat op zich maakt het gebouw al bijzonder.” Maar er is meer: “Het spaceframe dak van het Europagebouw werd eerder gebruikt in Sint Petersburg en gaat hierna weer naar een andere locatie. Eerst zijn de vloeren gelegd en daarop is het dak gemonteerd, dat daarna hydraulisch omhoog is gebracht. Pas daarna zijn de wanden geplaatst.”

Korte realisatietijd

Het lijkt een flinke operatie om een dergelijk groot gebouw te realiseren, maar Eilers vertelt dat dit meevalt. “Eind oktober is het totale gebouw opgeleverd, maar daarvoor al was een flink stuk klaar zodat Amsterdam City Swim daar gebruik van kon maken.” Het complete gebouw moet officieel half augustus weer verdwenen zijn. “Na beëindiging van het Nederlands voorzitterschap beginnen we medio juli met de demontage.”

Flexibel en energiezuinig

Buiten mobiel en tijdelijk, waren duurzaam en energiezuinig ook eisen voor dit prestigieuze gebouw. “Het moest aan dezelfde eisen voldoen als een vast gebouw. Zo gebruiken we geïsoleerde vloeren en wanden, en de zonnepanelen op het dak leveren een flink deel van de benodigde energie. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld waterloze herentoiletten.” In de enorme hal van veertig bij vijftig meter, staat een Atrium dat ook geheel hergebruikt kan worden na augustus. “Alles is demontabel en herbruikbaar, dat staat garant voor duurzaamheid en een uitermate flexibele manier van bouwen.” Na augustus vinden de losse elementen hun weg naar andere bouwwerken: “Denk daarbij aan tijdelijke evenementen, sporthallen en distributiecentra. Het materiaal gaat de hele wereld over, naar plaatsen waar er behoefte is aan tijdelijke en mobiele ruimte.”

Uniek procedé

Piet van Looijen, segmentmanager bij Forbo Flooring, vertelt over de enorme uitdaging om achtduizend vierkante meter vloerbedekking te maken voor het Europagebouw. “Eind mei kregen we de opdracht en in augustus moest het klaar zijn. Direct na het juichen vanwege de mooie opdracht voor zo’n prestigieus gebouw, vroegen we ons af hoe we dit aan moesten pakken en of dit haalbaar zou zijn. De fabriek werd gebeld, garen werd geleverd. We maakten de benodigde tapijttegels via een uniek procedé: op de onderkant komen vezels op een lijmbed, datzelfde doen we met een bovenkant. De twee delen gaan op elkaar en daarna snijden we de pool door waarmee we twee gelijke delen hebben. Dit zorgt voor een dicht en compact uiterlijk.”

Fijne samenwerking

Van Looijen vertelt dat steeds meer bedrijven en overheden voor tapijttegels kiezen.” Het hergebruik ervan is een groot pluspunt, de tegels zijn geïnstalleerd in antislip en bij vlekken kan een tegel snel vervangen worden.” Hij is enthousiast over de samenwerking en cocreatie met Neptunus en Solid Base, het bedrijf dat de tegels uiteindelijk legde. “We hebben in hoog tempo gewerkt en de samenwerking was zonder meer uitstekend.” Net als alle onderdelen van het Europagebouw krijgen ook de tapijttegels een nieuwe bestemming.

Categories
Uncategorized

Meerwaarde vinden in een goede samenwerking tussen steden en Rijksoverheid

Maar de stad is niet alleen van groot economisch belang. De ontwikkeling in de stad bepaalt ook in toenemende mate de leefkwaliteit van mensen. Of het nu om milieu, mobiliteit of sociale cohesie gaat. In de stad komen de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst samen. Laat het duidelijk zijn: steden hebben ons niet nodig om die uitdagingen te lijf te gaan. Steden hebben ons niet nodig om te weten waar ze goed in zijn. Mensen in de steden zijn probleemoplossers, zijn pragmatisch, en de steden begrijpen het idee dat je de grote opgaven van de toekomst in één stad kunt oplossen een illusie is. Toch is samenwerking tussen steden en rijksoverheid van cruciaal belang. Bijvoorbeeld waar bestaande wet- en regelgeving noodzakelijke vernieuwingen in de weg staat. Om de samenwerking tussen steden en rijksoverheid verder te verbeteren en, nog belangrijker, concreet richting te geven, is er nu de zogeheten “Agenda Stad”.

Hoogwaardig wonen en werken

Eén van de hoofdthema’s van de Agenda Stad is hoe we omgaan met de grote wens naar hoogwaardig wonen en werken in de stad, en hoe we komen tot een duurzame verdichting van onze steden. Het antwoord op deze vragen luidt: renovatie, herbestemming en gebouwtransformatie, oftewel het beter benutten van het bestaande. Dat doen we door bijvoorbeeld slechte woningen aan te pakken en leegstaande panden en braakliggende terreinen te herontwikkelen. Dat vraagt om vernuft, om vakmanschap, om innovatieve oplossingen. Van het Rijk vraagt het om snellere procedures en om ruimte voor onderzoek en tijdelijkheid. De samenwerking tussen steden en rijksoverheid, – maar ook marktpartijen, maatschappelijke organisaties en, of, andere betrokkenen – krijgt inmiddels concreet richting via de zogeheten ‘City Deals’. Deze deals gaan uit van de simpele basis ‘wie doet wat’, ‘waar kan het rijk behulpzaam zijn’, en ‘wat dragen partij x en y bij’? Ik geef graag twee voorbeelden van City Deals die in de maak zijn.Ten eerste zijn dat de afspraken die de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN) heeft gemaakt met steden in de Zuidelijke Randstad om te komen tot de bouw van meer (middel)dure huurwoningen in dat gebied.Aanleiding is de stagnatie van investeringen in de woningbouw in steden, terwijl de populariteit van het wonen in de steden in de Zuidelijke Randstad juist blijft toenemen.Met deze deal hoopt de IVBN, de steden, het Rijk en andere betrokkenen – waaronder een aantal zorgpartijen – tijdig en in voldoende mate te voorzien in deze toekomstige woningvraag.

Modeldeal

Een andere City Deal gaat over de aanpak van slechte woningen in de particuliere voorraad. Gemeenten, corporaties, marktpartijen en bewoners onderzoeken samen de mogelijkheden om de woningvoorraad op te knappen. Wat mij betreft een ‘modeldeal’ waarin bijvoorbeeld ook het onlangs aangekondigde (Rijks-)funderingherstelfonds een plek gaat krijgen. Maatschappelijke vraagstukken in samenhang bezien is hierbij het uitgangspunt. Naast het opknappen van de woning wordt ook gekeken naar leefbaarheid in de wijk en naar energiebesparing. Dit zijn voorbeelden van hoe het volgens mij moet: meerwaarde vinden in een goede samenwerking tussen steden en het Rijk. Ik ga ervan uit dat deze campagne een bijdrage levert aan verdere verbetering van deze samenwerking en betrokken partijen bij elkaar brengt.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,