Moderne kantoren bij OMA Rotterdam

Een vaste werkplek heeft bijna niemand op het kantoor van OMA in Rotterdam. Alle werknemers bezitten een trolley, die meeverhuist naar waar het werk dan ook maar plaatsvindt.

Gaat al jaren zo, vertelt Ellen van Loon, en het past ook goed bij het karakter van het kantoor. Zoeken naar wat past, dat doet ze zelf ook in haar werk. “Het ontwerpen van een kantoor gaat over werkprocessen en verschillende kantoorgebruikers. Die analyseer je eerst. Dat leidt tot allerlei kantoortypen, maar de overkoepelende ontwikkeling is natuurlijk wel het digitale tijdperk. Sinds werknemers niet meer gebonden zijn aan een werkplek, kiezen ze een plek waar ze het liefst werken. Dat is niet nieuw, dat begon al direct toen de technische mogelijkheden er waren. Maar ik denk dat het nu voor het eerst erkend wordt en dat werkgevers die wens in het soort omgevingen binnen een kantoor verwerkt willen zien.”

Informaliteit

Informeel. Dat is een woord dat vaak valt in deze context, valt Van Loon op. “Mensen zoeken naar informele settingen waarin het prettig werken is. Maar werkprocessen zijn ook steeds minder eenzijdig; afdelingen werken samen aan een geïntegreerd product. Mensen komen samen op projectbasis – soms voor drie maanden, soms voor vijf jaar. Daarvoor moet je flexibiliteit hebben in de kantoorruimtes. Dat is zo in de creatieve industrie, maar het geldt ook voor laboranten en zelfs in de wat conservatievere sector van advocaten en bankiers is dat aan het veranderen.” En niet te vergeten: men wil efficiency. Daarover kunnen we van steden als Londen of Hong Kong nog veel leren.“De grondprijs is daar dusdanig hoog dat men gedwongen wordt efficiënter met ruimte om te gaan. Het aantal vierkante meters per werknemer is laag en bijna iedereen werkt in een open kantoorruimte. Dan is het belangrijk dat er een aanbod is aan ‘break out ruimtes’, zoals fitnessruimtes, kantines, of een buitenterras.”

De psychologische beleving

Zelf vindt Van Loon overigens vooral de psychologische beleving van een omgeving belangrijk. “Of het sick building syndrome meetbaar is, vind ik niet eens zo interessant. Er zijn subjectieve factoren die bepalen of het ergens prettig werken is. Kun je de vogels horen fluiten, hoe is het gevoel van ruimte, kun je makkelijk overleggen of je juist afzonderen, is er daglicht? Bij de Rothschild Bank hebben we de omgeving gedemocratiseerd. Mensen met bureaufuncties zaten in een open kantoortuin, mensen met hoge functies hadden kamers met grote ramen en uitzicht. Gesloten kantoren kennen in de regel een lage bezettingsgraad. Dat is veranderd, zodat zij die er meeste baat bij hebben, het meeste daglicht krijgen.”

Investeren in bouw

Blij is Van Loon met de hedendaagse focus op duurzaamheid, bijvoorbeeld in PPS-projecten. “Duurzaamheid begint bij het bouwen van kwaliteit. De hoogste energieinvestering wordt gedaan tijdens de bouw. Langetermijndenken is de enige manier om duurzaamheid echt goed te vertalen. Nu kunnen we eindelijk werken met technieken en materialen die langer meegaan. Denk aan hout, of natuursteen: materialen die we graag gebruiken, maar die vaak niet binnen het bereik lagen omdat het budget maatgevend was.”

Kwaliteit is ook het antwoord op leegstand, aldus Van Loon. “Helaas is kwaliteit niet altijd prioriteit geweest; er zijn in de bloeiperiode van het vastgoed heel veel slechte gebouwen gebouwd. Voor sommige panden is het bedenken van een nieuw concept niet eens de moeite waard. Terwijl renovatie van een 20 jaar oud pand van goede kwaliteit gewoon een heel goede optie is.”

Meer ontwikkelingen