Categories
Uncategorized

Typical Dutch: Design

Rietveld ontwierp een kraakhelder witte, halve kubus die op een zonnige dag tot een complete kubus gemaakt wordt door de spiegeling in het water. Ondanks dat het bouwwerk inmiddels ietwat grijs en verweerd is, doet de architectuur niet vermoeden dat het pand afgelopen najaar Abraham zag.

Voor Nederlanders klinkt Uithoorn wellicht als ver weg van de stad. Maar voor buitenlandse toeristen is het een buitenwijk van Amsterdam. Zij zijn de doelgroep die ik wil aanspreken met mijn concept, voor hen is Nederland één grote stad. Dit is ook hoe ‘Het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen’ Nederland wil promoten: als stad, aan de hand van onze belangrijkste exportproducten. 

Het toeval wil dat Gerrit Rietveld de grondlegger is van een van onze belangrijkste export producten: Dutch Design. Dat maakt 1+1=2 voor mijn concept ‘Typical Dutch: Design’. Nederland is ons museum. Deze landelijke museumroute biedt een inspirerende tentoonstelling door en over nationaal ontwerp.

Gezien de ligging nabij Schiphol, zou De Hoeksteen een goede slotlocatie zijn van deze nationale museumroute. Een samenvattende expositie vertelt hier in Uithoorn het verhaal van Dutch Design. Deze tweeledige expositie is een eerbetoon aan de gebruiksvoorwerpen (zoals ze door hun ontwerpers bedoeld zijn) en aan de designklassiekers (wat de tijd van ze gemaakt heeft).

In een traditioneel museum kun je aan het eind van je bezoek een kant en klaar aandenken aanschaffen. Maar Rietveld was niet van ‘kant en klaar’. Hij was een man van ambacht, wat hij graag overbracht aan ‘het volk’. Daarom biedt De Hoeksteen zijn bezoekers ‘een dag als Dutch Designer’. Co-creatie is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat ontwerpers en bezoekers samen aan de slag gaan, met een eigen typisch Nederlands souvenir als resultaat.

De Hoeksteen wordt straks gerund door een gerenommeerd ontwerpbureau (die deze iconische plek zijn thuisbasis mag noemen). De invulling zou een combinatie moeten zijn tussen expositie van toonaangevend Dutch Design en een multidisciplinaire werkplaats, waar bezoekers en ontwerpers samen werken aan innovatief productdesign. Zo ontstaat een positieve kruisbestuiving, waarbij de ontwerpers hun voordeel doen met de input van potentiele gebruikers en de toerist profiteert van de ontwerper als leermeester.

‘Typical Dutch: Design’ is, naast het beste dat Nederlands Design te bieden heeft, ook een ervaring over het proces van design. Het inspireert en stimuleert om actief mee te denken over de maatschappelijke en esthetische betekenis van vormgeving.

Categories
Uncategorized

Trends in financiering

Friso de Zeeuw
Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling.

“Met het wegvallen van bankfinanciering zie ik een voorzichtige opmars van allerlei vormen privaat kapitaal”, vertelt De Zeeuw, verbonden aan de TU Delft en tevens directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds Ontwikkeling. “Dat banken zich terugtrokken heeft de problematiek verscherpt. Verschillende projecten in gebiedsontwikkelingen waren echter al wankel en hadden op zichzelf geen deugdelijke businesscase, dichtgerekend met positieve aannames en torenhoge ambities. Daarnaast hebben ook goede projecten het loodje gelegd omdat er geen afname meer was van winkels, woningen en kantoren.”
Waar voor de crisis fors aan de voorkant van projecten werd geïnvesteerd en het geheel van onderdelen als sloop, aankoop, infrastructuur en planvorming een integrale voorfinanciering kende, ziet De Zeeuw nu kleinere deelprojecten. “Het streven is om de badkuip van voorinvesteringen ondieper en korter te maken. Kunnen afgeronde deelprojecten bijvoorbeeld misschien al inkomsten genereren in een eerder stadium? Toch zie ik de vraag op sommige plekken weer groter worden -denk aan de woningvraag in de regio’s Amsterdam en Utrecht – en is het denkbaar dat de planonderdelen weer groter worden en de voorfinanciering ook. Maar dat is niet van het niveau zoals voor de crisis”, meldt hij.

Alternatieve financieringsstructuren

De Zeeuw ziet relatief nieuwe partijen die kleine gebiedsontwikkelingen en herontwikkelingsprojecten deels zelf kunnen financieren: “Dat zijn bijvoorbeeld particulieren en bouwbedrijven met een stevig eigen vermogen. Regelmatig doemt ook de vraag op of pensioenfondsen niet meer in Nederland zouden moeten investeren. Dat gebeurt soms via inflatievaste leningen aan de overheid voor infrastructurele projecten. Maar gebiedsontwikkelingsprojecten die marktrisico’s met zich meebrengen zijn voor hen niet aantrekkelijk.”
Buitenlandse investeringen zijn volgens hem een ander alternatief. De Zeeuw illustreert het met het voorbeeld van het Duitse Patrizia dat 5500 woningen van Vestia kocht. Naar zijn mening kunnen omvangrijke buitenlandse beleggingen op den duur leiden tot een herontwikkeling van gebieden. “We blijven voor gebiedsontwikkeling wel aangewezen op samenwerking in de publiek-private sfeer, in verschillende vormen. Hoewel er binnen gemeenten discussie over is, blijft het zinnig als zij aan cruciale projecten voor het publiek belang risicodragend deelnemen. Ook als instigator voor private partijen; het geeft commitment.”

Betrekken

Financiers krijgen weer meer vertrouwen in projecten in gebiedsontwikkeling, denkt De Zeeuw. “Al is het wel zaak hen tijdig bij projecten te betrekken en niet pas in het eindstadium. Bovendien moet een businesscase degelijk zijn. Verder is het noodzaak om eigen geld mee te nemen, minimaal 20 procent. Ook denk ik dat projecten niet te complex, maar eenvoudiger en inzichtelijker moeten zijn. Met samenhang, maar niet alles onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
De Zeeuw pleit ervoor dat financiering meer aandacht krijgt. “Het was voor de crisis geen onoverkomelijk probleem. Je ging gewoon met de pet rond langs de banken. Nu kan financiering het breekpunt zijn.”

Categories
Uncategorized

Trends en ontwikkelingen in de markt


Johannes van Bentum
Hoofdredacteur Vastgoedmarkt
 

De kantorenmarkt laat gunstige cijfers zijn. De hoeveelheid in gebruik genomen meters zal in 2015 even hoog uitkomen als vorig jaar – namelijk één miljoen vierkante meter – daarnaast daalt de leegstand ten opzichte van de piek tijdens de crisis. Dit komt onder andere door transformatie naar woningen. Van Bentum: “In verschillende steden daalt het aanbod, wat gunstig is voor de waarde van de voorraad die overblijft.” Daarbij speelt mee dat de groeiende stroom vluchtelingen in voormalig overheidsvastgoed wordt gehuisvest. Die panden zweven niet langer boven de markt. Het leidt ertoe dat het aantal transacties aantrekt. “Het heeft lang stilgelegen, daarom valt het nu extra op dat er weer beweging is”, nuanceert Van Bentum enigszins. De lage rentestand is er volgens hem debet aan dat de markt aantrekt. “Vastgoed zorgt door de bank genomen voor een stabiele cashflow.”

Gevraagd naar trends in de markt, noemt Van Bentum als eerste de behoefte aan kleinere vloeroppervlakten. Mensen zijn nu eenmaal minder op kantoor dan voorheen. Waar er eerder een werkplek werd gerekend voor anderhalf medewerker, gaat dat nu richting een werkplek voor twee medewerkers. Sommige bedrijfstakken, waar medewerkers veel bij klanten zijn, zitten daar nog boven. Het heeft ertoe geleid dat grote kantoren lastig zijn te verhuren. Vaak worden ze omgeturnd tot multitennant locaties. Wat er weer voor zorgt dat er meer gebruikerstransacties worden gesloten. De aantrekkende economie helpt daaraan mee. “Mensen hebben weer vaker een kantoor nodig. Toch groeit het aantal meters in gebruik niet meer zo sterk mee als voorheen.”

Buiten de eisen aan vloeroppervlakte zijn ook de eisen aan de omgeving veranderd. Bedrijven zoeken naar kantoren met voldoende voorzieningen in en om het gebouw. De levendigheid van het gebied weegt sterk mee in de besluitvorming. Het is dan ook niet voor niets dat in kantoor-gebieden steeds meer horeca en winkeltjes ontstaan. Vanuit die gedachte heeft een centrumlocatie sterk de voorkeur gekregen boven een locatie langs een snelweg. “Dat ligt ook aan de bereikbaarheid met het OV. Die is tegenwoordig veel belangrijker dan met de auto”, besluit Van Bentum.

Categories
Uncategorized

Stad rukt op in Nieuw-West

Nieuw-West was altijd een groene buitenwijk van Amsterdam, maar krijgt in hoog tempo een binnenstedelijk milieu. Dat is goed zichtbaar op het Allebéplein, vlakbij de ringweg en station Lelylaan. Mauer: “Voorheen was dit een parkeerplaats met een paar flats, enkele winkels en een snackbar. Maar nu wordt het een echt plein met een winkelcentrum, jongerenhuisvesting, sociale woningbouw, duurdere huurwoningen en koopappartementen.”
Een van de eerste projecten aan het plein – onlangs opgeleverd – is de transformatie van het kantoorpand van corporatie De Key tot veertig koopwoningen.
Mauer: “Corporaties mogen in de marktsector niet meer aan projectontwikkeling doen, dus zijn we afhankelijk van andere partijen. Belangstelling genoeg. Na de pioniers kwamen enkele volgers en nu word ik dagelijks gebeld over nieuwe plannen. Ik noem het wel de wet van de inspirerende achterstand als tegenhanger van de wet op de remmende voorsprong.”

Nieuw-West telt 97 lopende stedelijke vernieuwingsprojecten met een enorme variatie. Zo is het voormalige IBM-hoofdkantoor omgevormd tot een verzamelgebouw van kleine ICT-ondernemers. Het groene dak is geschikt voor stadslandbouw. Rondom station Sloterdijk verandert het voormalige kantorengebied in een levendig centrum met kunst, cultuur en in de toekomst ook woningen.
“We hebben in ons stadsdeel veertien creatieve broedplaatsen en zijn daarmee koploper van de hele stad”, aldus Mauer. Opvallend zijn verder het hoge aantal zelfbouwkavels, de verkoop van klusflats die naar eigen inzicht zijn in te delen en de opkomst van hotels. Mauer: “Er is hier veel te doen, maar nog niet iedereen weet dat. Ik zou alleen wat meer horeca en restaurants willen, zodat bewoners voor de gezelligheid niet naar het centrum hoeven.”

https://youtube.com/watch?v=z9zMQ9FscZM%3Flist%3DPLuTQOi8xeUCY_P92L_J_wWSL0Tube-z-Q%26showinfo%3D0

Het stadsdeel bouwt zelf niet, maar let op een juiste mix van alle functies en knapt de openbare ruimte op. “Wij zijn de ogen en oren van de wijk”, zegt Mauer. Sinds de stelselwijziging van 2014 heeft het stadsdeelbestuur minder bevoegdheden, maar Mauer ervaart binnen zijn portefeuille veel vrijheid. “In goed overleg met de wethouders van de centrale stad kan ik veel realiseren. Wij hebben immers de kennis van de buurt en de contacten met de bewoners.”

Categories
Uncategorized

‘Te weinig aandacht voor goede isolatie maakt gebouwen onnodig duur’

Goed isolerende wanden, vloeren en daken zorgen volgens Fraanje voor een prettige oppervlaktetemperatuur. Ook hebben ze ’een langere levensduur dan installaties en is isolatie minder afhankelijk van bewonersgedrag. “In grondgebonden woningen is vloerisolatie een ondergeschoven kindje”, stelt de directeur. “Het wordt in de epc niet goed beloond, terwijl duurzaamheid begint met het kijken naar de gehele gebouwschil.” Waarom dan een ondergeschoven kindje? De installatie-industrie heeft volgens Fraanje goed ingespeeld op de vraag naar duurzame gebouwen. “Er is een hele industrie actief installaties aan het promoten. Daarmee valt de aandacht voor een goede isolatie soms een beetje weg. Ook de bewoner wordt stiefmoederlijk behandeld. Gebouwen worden onnodig duur en bewoners verwachten in een duurzame woning meer comfort en een lage energierekening. Dat is helaas niet altijd het geval geweest. NVTB is voor woningbouw voorstander van het zogenaamde Mimi-systeem: minder installatie, meer isolatie.”

Samenspel

Steenwol heeft als isolatiemateriaal een van de langste trackrecords in de bouw, stelt Fraanje. “We weten goed dat steenwol ook over een lange periode goed blijft isoleren. Steenwol is eenvoudig te recyclen. Zelf zie ik veel in het compleet demontabel bouwen van wandelementen die als geheel kunnen worden gebruikt.” Om goede resultaten te behalen met isolatie blijkt het nodig om nauw samen te werken. Fraanje: “Toeleverende bedrijven moeten klanten een totaaloplossing leveren met prestatiegarantie, zodat een compleet pand wordt aangepakt in plaats van alle losse onderdelen.” De toekomst van energiebesparing en comfortabele panden ligt volgens Fraanje in een goed samenspel tussen isolatie, lichttoetreding en energiezuinige apparatuur. “Energieneutrale woningen worden de minikrachtcentrales van huishoudens. Door de vraag te beperken, kan niet-gebruikte energie die je met bijvoorbeeld zonne-collectoren opwekt, voor het opladen van de elektrische auto worden gebruikt.”

Categories
Uncategorized

Taskforce bouwagenda biedt volop kansen

“De Taskforce Bouwagenda is hard nodig en wel om drie belangrijke redenen. Ten eerste loopt de bouw achter bij de productiviteit ten opzichte van de industrie. Dit komt deels door de crisis, maar ook door het conservatisme binnen de sector.

De manier van bouwen blijft relatief gezien hetzelfde.In de toekomst moet dat veranderen omdat digitalisering ook binnenshuis aan een opmars bezig is. Daarnaast komen er steeds meer duurzame materialen in omloop die prima toegepast kunnen worden in huizen en gebouwen.

De bouwsector heeft daar de afgelopen jaren, mede door de crisis, veel te weinig aandacht aan besteed. De derde reden is het Energieakkoord 2013 waarin we staan voor de uitdaging én de belofte om woningen en bedrijfspanden te verduurzamen.

De Taskforce gaat werken aan een woningvoorraad die in 2050 honderd procent energieneutraal is. Daarnaast raken de grondstoffen op en zetten we ons in voor vijftig procent minder gebruik van primaire grondstoffen in 2030 en Nederland circulair in 2050.

Ook de productiviteit van de sector moet omhoog. We voorzien een groei van 1 miljoen woningen in de toekomst. Forse uitdagingen die we willen realiseren met ‘De Bouwagenda’.

Roadmaps

Wachten op natuurlijke evolutie is niet voldoende meer. Er is een revolutie nodig. Bedenk daarbij dat de stedelijke gebieden verantwoordelijkzijn voor veertig procent van het totale energieverbruik. Omdat de uitdagingen zo groot zijn, is de Taskforce breed opgezet met experts uit verschillende deelmarkten.

De Taskforce is benoemd voor vier jaar en inmiddels ligt de eerste versie van ‘De Bouwagenda’ bij de kabinetsformateur. Hierin wordt een beeld geschetst van de sector tot 2030.

Het spreekt vanzelf dat de agenda, waarin we werken met roadmaps, tussentijds bijgesteld kan worden als maatschappelijke veranderingen daar aanleiding toe geven.

De Bouwcoalitie, het ‘parlement’ zeg maar, telt vijftig partijen en ziet toe op de uitvoering van De Bouwagenda. Deze bouw-brede coalitie bestaat uit vertegenwoordigers van o.a. overheid, provincie, ingenieurs, architecten, vakbonden, woonbonden én HBO en MBO raden.

Een dergelijke brede insteek creëert draagvlak omdat alle betrokken partijen inbreng hebben in het grote geheel.

Overkoepelende thema’s

De Bouwagenda heeft elf roadmaps. Hierin staat precies beschreven wat de huidige situatie is en waar we naar toe willen.

Dat zijn: Bruggen & sluizen, Rioleringen, Energie-infrastructuur, Particuliere woningvoorraad, Corporatiebezit, Vervanging nieuwbouw, Hoogbouw, Scholen, Wonen & Zorg, Transformatie renovatie en multifunctioneel gebruik en Aardbevingsbestendig bouwen en renoveren.

Zes overkoepelende thema’s spelen en rol bij deze revolutie: circulair bouwen, ontwerpen vanuit integrale visie, digitalisering en informatisering, human capital, regels en maatregelen die de verandering ondersteunen, en het laatste thema gaat om samenwerken vanuit vertrouwen.

Neem human capital; digitalisering vereist een andere opleiding dan de standaard metselaar of schilder. Opleidingen moeten daardoor veranderen zodat het onderwijs aansluit op de toekomst.

Er is echt een revolutie nodig om alle doelstellingen te halen. De aanpak van bouwen moet grootschaliger, geen tien huizen, maar duizenden. Om dat waar te maken, moet het ook betaalbaar zijn.

Er kan nu al binnen een week een huis uit de fabriek rollen, maar vanwege kleinschaligheid is het te duur. Grootschalige aanpak maakt het goedkoper.

De Taskforce Bouwagenda is met ‘De Bouwagenda’ een extra duwtje in de rug voor de bouwsector. Het biedt enorme kansen aan iedereen die zich bezig houdt met deze sector.

Het is een trein die aan het begin van een enorme reis staat. Mijn advies aan iedereen in de ‘bouw’; wacht niet af, maar neem de leiding. ‘De Bouwagenda’ is een uitdaging, maar biedt ook enorm veel kansen.”

Categories
Uncategorized

Stevige impulsen voor regio Ede

Johan Weijland
Wethouder Grondzaken Veluwse Poort

Veluwse Poort is een nieuwe woonwijk aan de oostkant van Ede. Voorheen stonden er kazernes en veel van die gebouwen worden momenteel getransformeerd tot woningen. “We bewaren daarmee ook een flink stuk historie”, vertelt Johan Weijland, wethouder in Ede. “In combinatie met nieuwbouw geeft dit een aparte sfeer. Ook oude, grote bomen blijven zo veel mogelijk bewaard.

Daar komt bij dat Veluwse Poort een mooie ligging heeft, aan de rand van bos en heide. Het is een bijzonder aantrekkelijk woongebied, met circa 1.200 woningen. De eerste daarvan zijn inmiddels gereed en bewoond. Fase twee is gestart en de uitwerking van fase drie is in volle gang.”

Gunstige ligging

De ligging van Veluwse Poort is gunstig: slechts een paar minuten verwijderd van het levendige centrum van Ede en het intercitystation Ede-Wageningen. Daarnaast is het met de auto een paar minuten naar de snelweg en per trein is het een uur naar Schiphol of naar Düsseldorf.

Bovendien ligt de nieuwe wijk vlakbij de Wageningen University & Research. Het World Food Center heeft daar een nauwe band mee. Op deze locatie kunnen innovatieve ondernemingen uit de foodsector zich vestigen. Een ander onderdeel van Veluwse Poort is het terrein van de voormalige kunstzijdefabriek Enka, dit ligt aan de andere kant van het spoor.

Op dit terrein zullen ook woningen komen. Weijland: “Het straalt nog het industriële karakter uit van de voormalige fabriek doordat een aantal oude gebouwen bewaard zijn gebleven. Deze rijksmonumentale gebouwen worden ingepast in de woonwijk. Het terrein heeft hierdoor een plezierig woonklimaat.”

Fiets experience-center

Als speciaal onderdeel van het Enka-terrein noemt Weijland De Fietser, het grootste experience-center op tweewielergebied in Europa. Zo is er bijvoorbeeld een testbaan om de nieuwste fietsen van grote Nederlandse merken te proberen. “Je kunt daar ook fietsen huren om bijvoorbeeld de Veluwe op te fietsen”, zegt Weijland. “Zo kun je er een leuk dagje uit van maken.”

Levendigheid

Weijland verwacht dat de Veluwse Poort een stevige impuls zal geven aan de levendigheid en bedrijvigheid in en rond Ede. Het gebied trekt nu al veel nieuwe bewoners, maar in de toekomst zullen er ook mensen van buitenaf op afkomen.

“We verwachten bijvoorbeeld met het World Food Center minstens 200.000 bezoekers per jaar. Bezoekers en bewoners zullen hierdoor ook gebruikmaken van faciliteiten in het centrum van Ede, dus dat zal er zeker van profiteren.”

Dit centrum wordt momenteel heringericht, in samenspraak met bewoners. Zo zijn er drie nieuwe ontwerpen voor het nu wat kale marktplein. “De inwoners kunnen daar op reageren en aan de hand daarvan wordt het definitieve ontwerp gemaakt.”

Trots

Weijland is trots op deze ontwikkelingen in zijn stad: “Ook het station wordt de komende jaren volledig vernieuwd, met onder meer een volledig houten overkapping. Het wordt geschikt gemaakt voor veel meer reizigers en is in 2020 gereed. Ook dat is positief. Het gebeurt maar zelden dat je zo’n mooie wijk mag ontwikkelen, met de ligging bij een nieuw station en aan de rand van de Veluwe.”


Impressie van het World Food Center

Cees van Bemmel
Projectdirecteur World Food Center Development B.V.

Het World Food Center wordt een centrum met internationale allure rond voedselinnovatie, kenniscreatie en interactieve voorlichting. De verwachting is dat er in 2050 negen miljard mensen op de wereld zijn. Dat betekent dat de vraag naar voedsel zo’n zestig procent hoger ligt dan in 2012.

“Het is een grote uitdaging om al die mensen voldoende gezond eten en drinken te kunnen geven”, vertelt projectdirecteur Cees Van Bemmel. “Nederland is van oudsher sterk in productie en veiligheid van voedsel. Uiteraard moet ook in landen met veel inwoners kennis en kunde komen op dat gebied.

Nederland en andere Westerse landen hebben een voortrekkersrol wat betreft bijvoorbeeld gezondheid en preventie. Het World Food Center wordt een samenwerking tussen overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Bedrijven in de voedingsindustrie willen voorlichting geven over bijvoorbeeld de productie en samenstelling van voeding. Ook daarvoor biedt het World Food Center goede mogelijkheden.”

Experience

De verwachting is dat jaarlijks zo’n 200.000 tot 300.000 mensen het centrum zullen gaan bezoeken, laat Van Bemmel weten. “We hopen hen enthousiast te kunnen maken over allerlei aspecten van eten en drinken. Dat zal op een leerzame en speelse manier gebeuren, uiteraard zonder mensen iets op te dringen. De bedoeling is dat het echt een experience gaat worden. Bij het ontwikkelen van het centrum worden we ondersteund door het Amerikaanse BRC Imagination Arts en Leisure Development Partners uit Londen die hier ervaring mee hebben.”

Het World Food Center draait om innovatie, het creëren en delen van kennis en interactieve voorlichting over alles wat met voedsel heeft te maken. Het gaat dus om zowel business-to-business als business-to-consumer activiteiten. Innovatie zal met name plaatsvinden met de Wageningen Universiteit, wat op een steenworp afstand ligt.

“Hun inbreng is van groot belang”, stelt Van Bemmel. “Niet alleen wat betreft wetenschappelijk onderzoek op het gebied van voeding, maar ook voor acquisitie van bedrijven die willen meedoen. Deze bedrijven kunnen voor hun Research & Development terecht bij de universiteit en voor consumentenactiviteiten bij ons. We zijn dus geen concurrenten van elkaar, maar vullen elkaar juist aan.”

De ligging van het toekomstige centrum is gunstig: midden in de Food Valley rond Wageningen, dat zich ontwikkelt tot hét agrofoodcentrum van Europa. De bereikbaarheid met zowel auto als openbaar vervoer is goed, met het treinstation binnen handbereik en de A12 en A30 op enkele minuten rijden.

Trekpleister

Van Bemmel verwacht dat het World Food Center een trekpleister zal worden voor mensen die een dagje weg willen. Zij kunnen een interactieve toer doen door het hele gebied en onderweg van alles meemaken en te weten komen over voeding en de hele voedselketen. “Ook kan ik mij voorstellen dat bezoekers daarna de Veluwe bezoeken, wandelend of per fiets en daarna nog een hapje gaan eten in het centrum van Ede.”

Het World Food Center zal een internationale uitstraling krijgen, voorziet Van Bemmel. Er is al contact met landen als India en China. “Van daaruit komen vragen over samenwerking, gebruikmakend van elkaars onderzoekscentra. Zij zouden ook een foodcentrum willen zoals wij dat ontwikkelen.

Van deze landen hebben we zelfs al bezoek gehad. Zo kan een netwerk over de hele wereld ontstaan. Dat bevordert de internationale uitwisseling van kennis met andere universiteiten en instellingen. Iedereen heeft immers zijn eigen kennisspecialisatie en daar kun je onderling gebruik van maken.”

Maar ook op kleinere schaal zal het World Food Center impulsen geven. Het is bijvoorbeeld goed voor de werkgelegenheid, want er zullen uiteindelijk zo’n 1000 à 1500 mensen werken. “Daarnaast zal het studenten en ook mensen vanuit het buitenland aantrekken, die hier korte of langere tijd zullen verblijven. Bovendien Zal het ook veel nieuwe food gerelateerde bedrijven gaan trekken. Deze ontwikkeling is goed voor de hele economie van de regio Ede.”

Categories
Uncategorized

Start-ups zien kansen in vastgoedsector

START UP 1

Stan de Ridder

Stan de Ridder
Wellsun

Transparante gevels die meer energie leveren dan dichte gevels met zonnepanelen en tegelijkertijd zorgen voor een ideaal binnenklimaat. Dat is waar Stan de Ridder van Wellsun wereld mee wil veroveren.

“Een dubbele gevel van glas met daarbinnen bewegende transparante zonnepanelen zorgt ervoor dat het hinderlijke, directe zonlicht wordt geweerd en met het hoogste rendement wordt omgezet in elektriciteit”, vertelt hij over de innovatieve zonnetechnologie met een slim zonvolgsysteem. “Zacht, diffuus daglicht wordt doorgelaten waardoor tot drie keer zoveel natuurlijk licht het gebouw binnenkomt en het toch koel blijft.

Dat scheelt enorm qua kunstlicht en airconditioning, waardoor het gebouw energiepositief wordt.” De Ridder verwacht vooral toepassing bij hoge gebouwen met grote glazen gevels. “Een bonus voor gemeenten als Amsterdam is dat opwarming van de stad wordt voorkomen. Ook blijft er op de gebouwen ruimte voor groene daken en waterberging.”

Impressies van Lumiduct gevel van Wellsun

/images/1003/GIF_Wellsun-(2).gif

STARTUP 2

Robert Sijtsma

Robert Sijtsma
Green3nergy

‘Iedere energiegebruiker in Nederland krijgt zijn eigen energiecentrale’. Dat is de visie van Robert Sijtsma, die met zijn bedrijf Green3nergy een slimme alles-in-een installatie ontwikkelt die de traditionale cv-ketel en meterkast vervangt.

“Door het integreren van meerdere duurzame oplossingen, zoals zonnepanelen, warmtepompen en accupakketten, maken we optimaal gebruik van het duurzame energieaanbod’. “Wij nemen de verantwoordelijkheid op ons voor het systeem en desgewenst ook het beheer. Van de nutsrekeningen blijft alleen de waterrekening over. Daarnaast is de modulaire installatie makkelijk uit te breiden voor meerdere energiegebruikers.”

Sijtsma richt zich daarmee op zowel de vastgoedmarkt als individuele huishoudens. “Samenwerking tussen verschillende sectoren is vereist om het Energieakkoord te laten slagen. Wij willen daarin graag een voortrekkersrol nemen.”


START UP 3

Dirk Huibers

Dirk Huibers
OCTO

Optimaliseren van gebouwen kan vaak zonder nieuwe meetapparatuur te plaatsen. Dat is het uitgangspunt van Dirk Huibers, co-founder van OCTO. “Wij kijken naar drie aspecten: de bezettingsgraad, comfort en gezondheid en energiegebruik”, vertelt hij.

“Door alle relevante datastromen in een gebouw te verbinden, ontstaat als het ware een dashboard voor de klant om het gebouwbeheer naar eigen inzicht te verbeteren. Aan de hand van een pasjessysteem of bewegingssensoren voor de verlichting zien we bijvoorbeeld hoeveel mensen er op een bepaalde tijd en in welke ruimte van het gebouw aanwezig waren.

Het ventilatiesysteem zegt iets over de luchtkwaliteit en de data over het energieverbruik zijn via de leverancier verkrijgbaar.” De dienstverlening is voornamelijk gericht op eigenaren of huurders van kantoren, hotels en scholen. Eind 2016 kreeg het bedrijf de Groene Baksteen van JLL, als veelbelovende start-up binnen de vastgoedmarkt.     

Impressies van software OCTO

/images/1003/GIF_OCTO.gif

START UP 4

Charles Smeets

Charles Smeets
BILDNG

Stel: je hebt een idee voor een project op een bepaalde plek of je zoekt nog een geschikte locatie daarvoor. Hoe weet je dan dat het daar succesvol zal zijn? Charles Smeets en zijn start-up BILDNG kunnen helpen.

“Wij beschikken over een groot aantal GIS datalagen die inzicht bieden in allerhande locatie-specifieke details. Demografisch, economisch, planologisch, milieutechnisch, echt alles. Deze informatie is beschikbaar via openbare bronnen, maar wordt slechts door een beperkt aantal partijen ingezet voor ontwikkelingen. Wij maken deze data toegankelijk in een handzaam instrument.”

En Smeets biedt méér: “We benutten de voorspellende waarde van deze data en bieden met econometrische analyses een toets voor het onderbuik-gevoel waarop veel partijen hun beslissingen baseren. Big data in de bouw dus. Nu werken we op basis van consultancy, maar met innovatieve klanten bouwen we aan een interface zodat ze zelf aan de slag kunnen.”

Categories
Uncategorized

“Startups en grownups hebben elkaar nodig voor groei en innovatie”

Zowel startups als grownups in de bouw worstelen met hun ontwikkeling, merkten de initiatiefnemers van Holland ConTech een jaar geleden. Startups bedenken slimme oplossingen en testen ze vlot met gebruikers, maar als ze moeten opschalen is vaak het geld op. Grownups moeten radicaal innoveren om relevant te blijven, maar dat is vanuit de eigen organisatie lastig voor elkaar te krijgen. “Startups zoeken klanten, grownups zoeken innovatie”, vat Schoorl samen. Een garde vernieuwende leiders binnen de sector laat volgens haar zien dat externe innovatie loont. “Het is mooi om vernieuwende leiders te horen zeggen: ‘Kom maar hier. Ik ga je helpen groeien en jij helpt mij innoveren. We hebben elkaar nodig.’ Dat zouden alle directeuren moeten doen. Door te experimenteren leer je sneller en innoveer je slimmer. Maak gebruik van de energie en nieuwe ideeën die een startup heeft. Daarmee geef je hen de kans om te laten zien wat ze kunnen.”

Goed begeleiden

Om die reden organiseert Holland ConTech matchmaking meetups waarin starters zich niet alleen presenteren aan grotere spelers, maar waarbij zij direct aan elkaar gekoppeld worden. “We vragen een startup wie hij als klant nodig heeft en brengen ze dan samen. Verbinden moet je goed begeleiden in deze sector”, stelt Schoorl. “Zo ondersteunen wij startups bijvoorbeeld ook in hun marketing en organiseren we boardroom meetings over innovatie met grote partijen.”

https://youtube.com/watch?v=uH-Hdaw19gY%3Frel%3D0

Mobiele dijk

De werkwijze heeft tot de groei van uiteenlopende initiatieven geleid. Niet alleen software-gerichte toepassingen als virtual reality en workflow-optimalisatie, maar ook fysieke oplossingen als een mobiele dijk die in twintig minuten operationeel is of het snel fabriceren van gewelfde betonconstructies met gebruik van ballonnen. En de potentie blijft groot. Schoorl: “We hebben nu tweehonderd startups in beeld. Je ziet vaak dat ze van buiten de sector komen en graag met een paar grote bouwbedrijven om tafel willen. Een voorbeeld is een bedrijf dat automatisch bouwplaatsen inscant met drones, of de toepassing van Net Promotor Scores. Meerdere bouwbedrijven maken daar nu gebruik van. Er is veel ambitie aan beide kanten. Die vinden elkaar steeds beter.”

Categories
Uncategorized

Sportcomplex Koning Willem Alexander biedt duurzame sportomgeving

Sportcomplex Koning Willem Alexander, het voormalig Huis van de Sport, bevat onder andere verschillende zwembaden voor wedstrijden en recreatie, een grote sporthal en een turncentrum. Het complex is zo ontworpen dat het 30 procent duurzamer wordt dan de norm die in het bouwbesluit is vastgelegd. Een combinatie van duurzame technieken en materialen moet dit resultaat mogelijk maken. Zo wordt er vergaande isolatie doorgevoerd in het dak, de vloer, de gevel en de kelder. Geavanceerd polystyreenschuim zorgt bijvoorbeeld dat het grondwater geen vat krijgt op de temperatuur van het water. Eveneens wordt er gebruikgemaakt van bufferputten, die het vuilwater van douches en de overloopgoten ondergrond opvangen, zodat dit gereinigd en hergebruikt wordt. De manier waarop met afvalwater wordt omgegaan, levert niet alleen een besparing in water op, maar ook energie. Het ‘oude’ water wordt bijvoorbeeld langs nieuw, schoon douchewater geleid om het alvast op te warmen voor gebruik.

Energie-oplossingen

Van de energie die nodig is om het complex draaiende te houden, moet minimaal 10 procent in het gebouw worden opgewekt. Onder andere door het gebruik van warmtepompen. De gemeente rekent deze opbrengst buiten de zonnepanelen op het dak, die zo’n 1.800 vierkante meter zullen beslaan. Gezamenlijk zijn zij goed voor 300.000 kWh per jaar, wat vergelijkbaar is met de jaarlijkse energieconsumptie van zo’n negentig huishoudens. Deze energie wordt direct gebruikt binnen het complex. Om de energiebehoefte zo laag mogelijk te houden, is er onder andere een uitgebreid lichtplan met led-verlichting ontwikkeld, wat volgens betrokkenen tot op heden niet gebruikelijk was voor sporthallen en zwembaden.